Posts tonen met het label Valencia. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Valencia. Alle posts tonen

zondag 29 juli 2012

Crisis in Spanje


Op internet worden volop flauwe grapjes gemaakt over de beroerde economische situatie van Spanje zoals: ‘Sinterklaas komt met een lege zak in Nederland dit jaar en gaat met een volle zak terug naar Spanje’ en ‘Misschien een idee om in Spanje een zooitje zwembaden aan te leggen, dan kan je in 1 bad alweer 8 banen creëren. Dat laat onverlet dat de Britse denktank “Open Europe” denkt dat de redding van Spanje onhaalbaar is. Spanje zou 450 miljard tot 650 miljard euro nodig hebben als het op een soortgelijke manier te hulp geschoten moet worden als Griekenland.


Gelukkig zie ik dat er op zee nog steeds tankers naar Valencia visa versa varen, maar dat kunnen er wel eens veel minder worden als ik al die dagelijkse slechte berichten lees. 

Lees de zeven plagen van Spanje op nrc.nl 

dinsdag 19 juni 2012

Bee-eater, Bijeneter (Merops apiaster)


Vlak bij het circuit ‘Ricardo Tormo’ bij Cheste, onder de rook van de stad Valencia, weet ik een plek waar Bijeneters (Meropidae) nestelen. Ik vind het iedere zomer een wonder dat ze juist daar nestelen want een erg rustige omgeving is het niet. Het nabijgelegen circuit wordt gebruikt voor de hoogste motor- en autosportclasses, met uitzondering van de Formule I. Jaarlijks worden er races georganiseerd voor het MotoGP kampioenschap. De vliegtuigen, die landen op en opstijgen van de luchthaven van Valencia, komen er laag vliegend overheen. En er loopt een spoorlijn waarop de treinen juist op die plek hun hoorn gebruiken omdat ze iets verderop een spoorbrug moeten passeren. De aarden wal waar ze in nestelen wordt regelmatig een stukje afgegraven en nu wil Ferrari er ook nog zijn ‘Ferrari World’ thema park vestigen. En toch brengen ze hier, tot nu toe, ieder jaar jongen groot.


Als een stier die de arena betreedt stormt de Bijeneter uit de nestingang. De lucht in om opnieuw insecten te vangen voor zijn jongen.


Ze vliegen af en aan om alleen even halt te maken op een tak of elektriciteitskabel. Waartegen ze de gevangen insecten eerst doodslaan voordat ze ze aan hun jongen voeren, want dat dode insecten niet meer kunnen steken weten ze als geen ander.


Hopelijk komen ze dit najaar veilig met hun jongen in zuidelijk Afrika aan. Want het is niet alleen hun habitat die langs alle kanten degenereert. Er staan onderweg ook nog enkele divisies sportlieden (?) in camouflagepak en jachtgeweer klaar om ze uit te zwaaien of welkom te heten. Dat dode vogels niet meer kunnen vliegen weten zij als geen ander. 


Uitvoerige informatie over het insect waar de Bijeneter zijn naam aan dankt kun je hier aanklikken.  

woensdag 21 maart 2012

De klok is teruggezet


Het was 5 voor 12, 
de hele winter had het nauwelijks geregend in Spanje. De stuwmeren begonnen al aardig leeg te raken en ik besloot om een rondje te maken om te kijken hoe erg het met de droogte gesteld was.


En dat was niet mis, 
veel stuwmeren stonden op het niveau van wat ze normaal staan aan het eind van een lange hete zomer. Verloren schatten, zoals deze MG-B, kwamen weer boven water. Hopelijk niet de MG van Albert en Mara.


Watervogels, 
waaronder deze Purperkoet (Porphyrio madagascariensis), probeerden op gortdroge rivierbeddingen hun kostje bij elkaar te scharrelen. 


Maar zie, het wonder geschiede. 
Op de terugweg naar huis - met een camper onder het stof – begon het, bij het op 1.456  meter hoogte gelegen Puertomingalvo, zachtjes te sneeuwen. 

Afdalend 
in de richting van Valencia ging het over in regen en eenmaal thuis stortregende het en moest ik, door een verstopte afvoer, het terras leeg gaan staan te hozen.

Zo zie je dat in een etmaal de wereld er ineens heel anders uit kan zien. Er is in die 24 uur heel wat regen gevallen en de stuwmeren zijn weer een beetje voller. Maar het is natuurlijk lang niet genoeg, het is nu 10 voor 12.

woensdag 11 mei 2011

Van de Costa Blanca naar Nederland I – Alicante, Valencia, Castellón, Teruel

Calpe met het symbool van de Costa-Blanca de “Peñon de Ifach”

Als ik er aan denk dat ik vroeger vrijwel maandelijks, in één ruk, van Nederland naar de Costa-Blanca reed en terug naar Nederland hetzelfde deed. Ik heel trots was op mijn reistijd record van 19 uur en een beetje, verklaar ik mezelf nu als volkomen geschift. Oké, het verkeer was toen nog niet zo druk als nu en ook de snelheidscontroles waren minimaal maar toch. Ik reed toen altijd via Luxemburg naar de Costa-Blanca v.v., en maakte gebruik van de tolwegen in Frankrijk en Spanje.
Het eerste Valenciaanse gewest wat je passeert op weg naar het noorden is de “Safor”


Tegenwoordig vermijd ik tolwegen en kost het me al moeite om 400 kilometer per dag te halen, maar ik moet er wel bij vertellen dat ik veel omrij en de teller op het einde van de dag geen 400 maar 600 kilometer aangeeft terwijl ik toch maar 400 kilometer ben opgeschoten. Een beetje zoals een hond die 2 keer zoveel loopt over dezelfde afstand als zijn baas. En ik probeer zoveel mogelijk de grote steden te vermijden, iets wat helaas niet altijd lukt.
Zuidelijk van Valencia ligt het natuurpark “L’Albufera”

Vanaf de Costa-Blanca kun je vrijwel niet om de stad Valencia heen, hoewel je er via de vrij drukke rondweg wel in een grote boog omheen rijdt, merk je uiteraard de aanwezigheid van de op twee na grootste stad van Spanje. In de agglomeratie van de stad wonen ongeveer twee miljoen mensen. Dat is haast twee keer zoveel als die van de agglomeratie van Amsterdam.


Bij Sagunto rijd ik de autovía de Mudéjar op, deze autovía brengt je, via Teruel, Zaragoza en Huesca naar de voet van de Pyreneeën. Het duurt niet lang voordat ik de eerste dorpjes van de provincie Castellón passeer. Het verschil met de kust en de stad Valencia is al duidelijk te merken
Een klein uurtje later zie ik links van mij de stad Teruel liggen. Behalve dat het daar in de winter behoorlijk koud kan zijn, is de stad bekend van het praalgraf van de twee middeleeuwse geliefden Diego Marcilla en Isabel Seguras. Beiden stierven van smart en liefdesverdriet nadat Isabel gedwongen werd om met een ander te trouwen. In 1555 werden de twee mummies van beide lichamen gevonden in de kapel San Cosme en San Damián, tevens vond men een document waarin het verhaal stond van wat er gebeurd was met de twee geliefden.
De mummies van beide geliefden zijn nu te bewonderen in een nieuw gebouwde kapel waarbij het mausoleum gevormd wordt door twee liggende beelden van de twee Amantes met daaronder de mummies.
Hun trieste verhaal is hoogstwaarschijnlijk de inspiratiebron is geweest voor Shakespeare's Romeo en Julia.


(Wordt Vervolgd)

donderdag 25 februari 2010

Ik begrijp die Van Gogh niet

Ik heb nooit begrepen waarom de 19de eeuwse schilder Vincent van Gogh in Zuid-Frankrijk is blijven hangen.
Van zijn als enige verkochte schilderij 'de rode wijngaard' had hij er hier in de Marina-Alta velen kunnen maken.
De afstand van Arles in Zuid-Frankrijk naar Benissa in de Marina-Alta bedraagt slechts een kleine 900 km. Maar Vincent had het waarschijnlijk te druk met zijn oor en de brieven aan Theo. Jammer, hij zou hier veel inspiratie hebben opgedaan.
Het gekke is dat mensen uit de Marina-Alta wel in de omgekeerde richting gingen. Ze werkten op de rijstvelden van de Albufera bij Valencia en die van Cullera, en gingen door naar de Camargue in Zuid-Frankrijk waar later werd geoogst. Dat was ongelofelijk hard werken, in een altijd natte omgeving, tegen een karig loon.
      

donderdag 31 december 2009

MOROS Y CRISTIANOS

'Moros y Cristianos' bestaat uit vieringen in diverse steden van Spanje, maar vooral in de autonome regio's Valencia, Murcía en ook in Castilla la Mancha. Er zijn ook steden en dorpen in Catalunya, Andalucía en Aragón die de traditie overnamen. De meestal carnavaleske en vooral luidruchtige vieringen verschillen van elkaar naargelang de plaats en het aantal inwoners en zij duren verschillende dagen.
Zij groeiden uit de traditie om de eeuwen van bezetting door de Moren te herdenken, alsmede de zegevierende katholieke reconquista. Een geschiedenisperiode die loopt van het jaar 711 tot 1498. Het beginsel van deze fiestas is dat zij beginnen met de inname van de stad door de Moren en eindigen met de bevrijding door de katholieke legers. Tussenin duiken de 'filaes' en 'comparsas' op, dat zijn groepen in de parades, die ofwel de Moren uitbeelden, ofwel de christenen. Zij zijn uitgedost in een aangepaste Middeleeuwse klederdracht, berijden soms paarden,
zwaaien met zwaarden en vuren in het wilde weg hun musketten af. De Moren berijden kamelen en soms olifanten. Er weerklinkt veel Middeleeuwse muziek en natuurlijk (Spanjaarden zijn er dol op)… vuurwerk. De eindslag speelt zich bij het kasteel af, waar de christenen een geënsceneerde slag winnen. De verschillende kampen zijn ook nog eens in groepen onderverdeeld. Zij kunnen ook arbeiders (labradores) uitbeelden of smokkelaars (contrabandistas), vissers (pescadores), bandieten (bandoleros), piraten (pirates), zigeuners (gitanos) of vrijschutters (pacos). Elke groep heeft een eigen klederdracht en voert eigen nummertjes, danspasjes of... gevechten op. De groepen dopen zich zelf ook met een naam, zoals bij voorbeeld 'Ridders van el Cid Campeador' of gewoon 'joden', 'Berbers' en zo meer.
Muziek speelt eveneens een belangrijke rol bij 'Moros y Cristianos', vooral de 'pasodoble' Paquito el Chocolatero geschreven door Gustavo Pascual Falcó, die voor de viering in Alicante eveneens de 'Cocentaina' componeerde, die daar zowat de officiële hymne van de feestvierders is geworden.
De meest befaamde 'Moros y Cristianos' hebben plaats in het industriestadje Alcoy (april), maar befaamd zijn ook de vieringen in La Vila Joiosa, Villena, Biar, Cocentaina, Crevillent, El Campello, Elda, Muro d'Alcoi, Ontinyent, Oriola, Petrer en districten in Alicante. De oudste viering heeft plaats in Caudete (Albacete). Daar begon zij al in 1588. Meer foto's op Moros y Cristianos 2009 Moraira
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...