Posts tonen met het label Roofvogels. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Roofvogels. Alle posts tonen

zondag 10 april 2011

Laguna de Gallocanta

Op een kleine 4 uur rijden van de Costa-Blanca ligt op een hoogte van 1.000 meter boven de zeespiegel - voor mij - één van de mooiste plekjes van Aragón, de “Laguna de Gallocanta”.


De lagune ligt gedeeltelijk in de provincies Zaragoza en Teruel. Ze heeft een oppervlakte van 14,4 km², met een maximale breedte van 2.8 km en is 7,7 km lang.



De diepte van het water is afhankelijk van de droge en natte periodes, het meer kan in tijden van extreme droogte voor een groot gedeelte droog vallen maar meestal staat er zo’n 45-50 cm water. Bij hevige regenval kan dit oplopen tot rond de twee meter.

 
Het gebied heeft een continentaal mediterraan klimaat met zeer sterke temperatuur-schommelingen. Zelf heb ik meegemaakt dat, op weg naar Nederland, het er eind april nog behoorlijk sneeuwde. Toen ik er 14 dagen later, op de terugweg, weer langs kwam was het boven de 30º Celsius. De niet ver van het meer gelegen plaats "Calamocha" heeft in de winter regelmatig het Spaanse nationale kouderecord met temperaturen tot 25º Celsius onder nul.


In het, aan het meer gelegen, plaatsje Gallocanta zijn resten gevonden uit de Keltische, Romeinse en Moorse tijd. Vanwege het toegenomen zoutgehalte, is er in het meer geen vis meer aanwezig. Wel zijn er reptielen en amfibieën in de beken en vijvers en zijn er diverse zoogdieren in de bergen en de omliggende heuvels.


En vogels, heel veel vogels zie je in en rond het meer. Duizenden eenden, ooievaars en kraanvogels komen hier langs tijdens de vogeltrek, overwinteren er, of zijn er het hele jaar aanwezig. Ook de blauwe en bruine kiekendief zie je langs het meer en in de omringende bergen zitten gieren en andere roofvogels. Zonder overdrijving kan ik stellen dat dit gebied, tezamen met Extremadura, één van de beste vogelgebieden van Spanje is. En nergens een B&B of camping te bekennen.


Meer foto’s van de Laguna de Gallocanta? Klik hier.

vrijdag 19 februari 2010

Vale Gier

O,o !!! Wat vond ik ze lelijk toen ik ze voor de eerste keer zag.
Maar dat is veranderd, echt mooi vind ik ze nog steeds niet. Maar lelijk kan ik ze ook niet meer noemen. Wat me erg aanspreekt van gieren is dat het niet van die vroege vogels zijn, m.a.w. je hoeft niet voor dag en dauw op te staan om ze te zien. Nee, je kunt eerst koffie drinken en een krantje lezen en dan nog kom je niet te laat. Nadeel is dat de zon dan al behoorlijk fel is en ze in die felle lucht moeilijk te fotograferen zijn.
Pas rond een uur of 10 (afhankelijk van het seizoen), als de zon goed doorkomt en er enige thermiek in de lucht ontstaat, kiezen ze het luchtruim. Voor die tijd zitten ze op de rotsen, zich in de eerste zonnestralen, te verwarmen. Zo nu en dan slaan ze hun machtige vleugels uit om te kijken of er al warme luchtstromingen zijn waarmee ze, zonder al te veel energie te verbruiken, kunnen opstijgen. Met de enorme vleugels legt de gier grote afstanden af, en hoewel de vogels meestal zweven en ze langzaam lijken te vliegen kunnen ze een snelheid bereiken van meer dan 70 kilometer per uur, en honderden kilometers per dag afleggen.
Een volwassen gier is circa 1 meter lang, gemeten van kop tot staart. De vleugelspanwijdte is circa 2,30 tot 2,80 meter, het is hiermee een van de grootste vogels ter wereld. Het gewicht van een volwassen exemplaar bedraagt ongeveer 7 tot meer dan 11 kilo.
De Vale gier (Gyps fulvus) is zandkleurig tot donkerbruin van kleur, de kop en de hals zijn vaalwit, evenals de kraag tussen hals en lichaam. De slagpennen en de staartveren zijn donkerder tot zwart. Jonge exemplaren hebben een bruine kraag en zijn donkerder van kleur. De vleugels zijn lang en breed, de vleugelpennen doen in vlucht enigszins denken aan vingers. De poten zijn relatief kort.
De Vale gier komt voor in Zuidoost-Azië, delen van noordelijk Afrika, het Arabisch Schiereiland en zuidelijk Europa. In Europa komt de soort vrij algemeen voor in Spanje, onder andere in de Pyreneeën, Monfragüe en Cabañeros. In Portugal en Frankrijk zijn eveneens enkele populaties, maar beduidend kleiner dan die van Spanje. In de provincie Alicante kun je hem vinden in de Sierra de Mariola. Zijn habitat bestaat uit bergachtige gebieden in kale, dorre streken zonder veel bomen, de gier rust en broedt langs steile rotsen.
De Vale gier behoort tot de roofvogels maar is een aaseter die al vliegend zoekt naar karkassen van dieren als schapen. Deze worden opgespoord met het uitstekende gezichtsvermogen. Met name de zachtere delen worden gegeten, zoals de spieren en de ingewanden. Met zijn dunbevederde lange nek kan de gier zijn kop relatief ver in een kadaver steken zonder dat veren beschadigen of vuil worden. Vale gieren foerageren in groepen, waarbij de dieren elkaar goed in de gaten houden. Als één gier voedsel vindt, vliegt de rest mee naar beneden. Op zijn zoektocht naar voedsel vliegt de Vale Gier gemiddeld 8 uur per dag.
Tijdens de maaltijd worden door de dominantste gier luid sissende geluiden gemaakt, de andere gieren reageren hierop met grommende geluiden. De gier kan zelf overigens geen kadavers openscheuren, en moet bij een 'vers' kadaver wachten op andere dieren, zoals de Monniksgier, die het karkas aanvreten. Zoals wel meer aaseters valt de Vale gier zo af en toe ook levende schapen aan, dit betreft meestal sterk verzwakte of heel jonge exemplaren. Ook de placenta's van pasgeboren dieren en door jagers afgeschoten wild worden door de gieren als ze de kans krijgen direct belaagd.
Doordat in zuidelijk Europa sinds januari 2007 veehouders ingevolge EU-richtlijnen geen karkassen meer mogen laten liggen op hun landerijen (in verband met de gekke-koeienziekte) heeft de gier meer moeite om voedsel te vinden zodat vaker levende dieren worden aangevallen, echter nooit gezonde exemplaren. Een ander gevolg hiervan is dat de vogel verder trekt op zoek naar voedsel, waardoor de soort ook in noordelijker streken is gesignaleerd, dit is de reden dat de vogel tot in Nederland en België voorkomt als dwaalgast.
De Vale gier legt in de regel maar één ei per jaar, het ei wordt door beide ouders uitgebroed en het jong blijft tot een half jaar in het nest. Een broedpaar is monogaam en blijft het hele leven bij elkaar.
De Vale gier gebruikt voor het maken van zijn nest o.a. pijnboom-takken.

De Vale gier is een sociale soort; de vogel broedt in kolonies en zoekt voedsel in groepen. De nesten liggen minstens twee meter van elkaar en worden door de ouders fel verdedigd. Het duurt 7 of 8 jaar voordat de jongen volwassen zijn en zelf paren.
In gevangenschap kan de Vale gier een leeftijd bereiken tot 40 jaar.

zaterdag 30 januari 2010

Spaanse Mus

De ca.15 cm grote Spaanse Mus (Passer hispaniolensis) is vrij zeldzaam in Spanje en Portugal, in Oost-Europa is hij algemener. Zijn status is stabiel. 
Spaanse Mus in winterkleed

De Spaanse Mus is een standvogel maar sommige Oost-Europese populaties trekken in dichte groepen naar het Midden-Oosten en Afrika. Hij is te vinden in de buurt van mensen, maar in veel mindere mate dan de Huismus (Passer domesticus). Hij geeft de voorkeur aan bomen en struiken, vaak wilgenbosjes, kenmerkend bij meren en moerassen. De Spaanse Mus maakt zijn nest in een boom of gebruikt de verlaten nesten van roofvogels en Ooievaars.
Huismus

Het mannetje van de Spaanse Mus heeft een chocoladebruine muts met een witte streep boven de ogen. Zijn keel en borst zijn zwart gevlekt en de snavel is zwaarder dan die van de huismus. Zijn wangen zijn wit en er zijn lichte strepen op de donkere rug. De kleur van het vrouwtje is lichter en meer uniform grijsbruin, met een gestreepte flank en donkere vleugels. Ze zijn zeer moeilijk van de vrouwtjes Huismus te onderscheiden.
Spaanse Mus in Zomerkleed

De Spaanse Mus is een omnivoor, groepen eten insecten en knoppen in struiken en verzamelen zich om op de akkers te foerageren. Meer Vogels

maandag 11 januari 2010

Dwergarend verschalkt Waterhoen

Een Dwergarend –lichte vorm- staat boven op een Waterhoen die hij met zijn gewicht verstikt. Hoewel de Dwergarenden (Hieraaetus pennatus) ten zuiden van de Sahara overwinteren, blijven er ’s winters toch enkele exemplaren in Spanje. Zoals deze die in de bergen achter de Marjal de Pego-Oliva verblijft.
                          
Het is me trouwens opgevallen dat bij gebrek aan konijnen veel roofvogels gebruik maken van het Waterhoen (Gallinula chloropus) als prooidier.
Meer foto's op; Marjal de Pego-Oliva
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...