Posts tonen met het label Grote gele kwikstaart. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Grote gele kwikstaart. Alle posts tonen

zondag 25 december 2011

Waterspreeuw (Cinclus cinclus)


De Waterspreeuw (Cinclus cinclus) is een zangvogel uit de familie van waterspreeuwen (Cinclidae). De waterspreeuw is een herkenbare vogel met een donkerbruin verenkleed en een opvallende witte borst. De vogel heeft korte vleugels en vliegt met snelle slagen – een beetje zoals een IJsvogel - vaak laag over het water. Waterspreeuwen zitten regelmatig nerveus op en neer wippend op een steen in het water. Het zijn vogels die normaal voorkomen bij zuurstofrijke snelstromende beken en rivieren. In Zuid en Midden-Europa tref je de ondersoort (Cinclus cinclus aquaticus) aan. Bruinrood op de buik en daardoor roodbuik waterspreeuw genoemd. Waterspreeuwen verblijven af en toe in Nederland. Het gebied tussen Haarlem en Zandvoort - de Amsterdamse waterleidingduinen - was in 2010 en begin 2011 het favoriete plekje van twee van deze bijzondere vogels. Het ging hier om de noordelijke variant, ook wel de zwartbuik waterspreeuw of gewone waterspreeuw genoemd. 



Als je de waterspreeuw in het ijskoude water van bergriviertjes ziet fourageren begrijp je niet waarom zijn veren niet doorweekt zijn. Hij komt boven water met een air van iemand wiens haar altijd goed zit, zelfs midden in het kolkende water zie je nog geen druppel op zijn verenkleed. Je kunt dat rustig een klein wonder noemen net zoals het feit dat hij zich staande weet te houden in kolkende en snelstromende watermassa’s. Maar ze hebben dan ook van moeder natuur een speciale aanpassing gekregen.

Bij het foerageren zijn bergbeekjes favoriet omdat het water daar meestal niet vervuild is en er zich op de stenige bodem veel zoetwaterinsecten ophouden.

Hij waadt, zwemt en duikt om insecten, kreeftachtigen en kleine visjes te vinden langs de waterrand of op de bodem van de stroom. Tijdens het duiken verplaatsen ze vaak de kiezels op de bodem, zoals de merels bladeren omdraaien om lekkere hapjes te vinden.

Een waterspreeuw heeft een rivierterritoria waar ze luid roepend langs vliegen. Als uitkijkpost gebruiken ze meestal dezelfde stenen in de beek of rivier maar ze maken ook wel gebruik van een tak in het water. Als je op zoek bent naar de waterspreeuw moet je goed op de die stenen letten waar je uitwerpselen op ziet, want op die steen komt hij meestal terug. Maar waar je de waterspreeuw ziet zijn vaak ook de Witte kwikstaart en de Grote gele kwikstaart aanwezig en ook die komen op dezelfde steen terug en ook die deponeren hun uitwerpselen op de steen. Maar dat is het leuke aan vogelen, soms moet je iets uitvogelen.  


De vogel is in die donkere rumoerige beekjes nog niet zo eenvoudig te ontdekken want met uitzondering van zijn spierwitte bef valt hij nauwelijks op tegen de stenen van de beek. Daarbij is hij behoorlijk snel, erg ongedurig en schuw.
Het nest bevindt zich altijd boven het water, onder een brug, overhangende steen of boomwortel, soms onder de trappen van een waterval. De 4-5 eieren komen na 16 dagen uit.
De meeste waterspreeuwen zijn standvogel, maar bij koud winterweer is er enige trek naar lagere gebieden of naar de kust. De waterspreeuw heeft een lengte van 18 cm., een spanwijdte van 25 tot 30 cm. en een gewicht van 55 tot 75 gram. Zijn status is kwetsbaar.  

   

vrijdag 28 januari 2011

De vogels van de Riu Jalón – Las aves del Río Jalón

Zoals ik al schreef in het vorige bericht zitten er heel wat vogels langs de Riu Jalón in de Marina-Alta. Van enkele vogels, die op of langs de rivier zitten, kon ik foto’s maken.

Een jonge Boerenzwaluw (Hirundo rustica) schreeuwt om nog meer insecten, zodra hij die heeft gekregen gaat zijn snavel weer open en schreeuwt hij om nog meer. De oudervogels vliegen de gehele dag af en aan en komen nauwelijks aan rust toe.
De Vink (Fringilla coelebs) is een liefhebber van de bessen die langs de oevers hangen. Eet ’s Zomers ongewervelde dieren en zaden en ’s Winters voornamelijk zaden en vruchten.



De Blauwe reiger (Ardea cinerea)- op de foto een jong exemplaar – vind altijd wel iets van zijn gading. Van vissen tot ratten, jonge eenden en konijnen.
De Europese kanarie (Serinus serinus) komt naar de rivier om te drinken, te baden en om de zaadjes uit de riethalmen te halen.
De Groenling (Carduelis chloris ) moet het hebben van de zaden van laaggroeiende planten maar eet ook insecten.
De Iberische tjiftjaf (Phylloscopus ibericus) vangt o.a. muggen en muggenlarven.
De Zuidelijke klapekster (Lanius meridionalis) is niet zo’n gezellig vogeltje, zijn naam is afgeleid van het Latijnse woord lani wat slager of vleeshouwer betekent. Hij verorbert insecten, hagedissen, muizen en kleine vogels. Klapeksters spietsen hun prooien vaak levend en wel vast aan een takje als voedselvoorraad.
De Kleine zwartkop ((Sylvia melanocephala ) eet insecten en spinnen, in het najaar ook bessen en andere vruchten. Dit voedsel is volop aanwezig langs de rivier.
De Zwartkop (Sylvia atricapilla) eet insecten en bessen en foerageert meestal in bomen en struikgewas, maar komt ook wel op de grond.
De Roodborst (Erithacus rubecula) heeft als voedsel ongewervelden, zaden en vruchten. Foerageert voornamelijk op de grond, pikt hierbij ook onstuimig in de grond om ondergrondse prooi op te sporen. Jaagt soms vanaf een lage uitkijkpost.
De Zwarte roodstaart (Phoenicurus ochruros) [foto boven een mannetje, foto beneden een vrouwtje] Eet ongewervelden en vruchten, zit vaak op een uitkijkpost en hipt en rent rond als een Tapuit. Vangt ook vliegende insecten in de vlucht.

De Putter (Carduelis carduelis) eet voornamelijk zaden maar vooral ’s zomers ook insecten.
De Witte kwikstaart (Motacilla alba) Eet voornamelijk insecten en andere kleine ongewervelden.Jaagt op de grond, rent achter prooi aan en vliegt vaak klein stukje op om prooi in de lucht te vangen.
De Grote gele kwikstaart (Motacilla cinerea) eet voornamelijk ongewervelden; foerageert lopend en maakt korte sprintjes, vliegt soms even op om insect uit de lucht te pikken. Vangt ook kikkervisjes en kleine visjes.
De Roodkopklauwier (Lanius senator) eet voornamelijk grote insecten. Is meer insectivoor dan de Zuidelijke klapekster, maar eet ook wel kleine ongewervelden. Jaagt vanaf zitplaats net als de andere klauwieren.
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...