Foto boven: Geelgors (Emberiza citrinella)
De Geelgors (Emberiza
citrinella) wordt ook wel de gouden gors genoemd, naarmate de zomer vordert
wordt het mannetje egaler geel.
Foto boven: Grauwe gors (Miliaria
calandra)
Ik heb me altijd afgevraagd waarom ze de Grauwe gors de Grauwe gors noemen maar als je de Grauwe gors met de Geelgors vergelijkt dan is het inderdaad een wat grauw vogeltje, maar daarom niet minder mooi.
De Geelgors (Emberiza
citrinella) is een zangvogel die vaak in groepjes is te zien, ’s Zomers zingt
het mannetje zijn eenvoudige metalig klinkende zang. Het is een stand- en
zwerfvogel die iets groter is dan de mus. Een Geelgors kan 16 tot 17 centimeter
groot worden. De Geelgors leeft hoofdzakelijk van zaden maar in de broedtijd
ook van wormen en insecten. Bij verstoring vliegen ze naar de dichtstbijzijnde heg
of hoge boom. Het nest van de Geelgors is een vrij omvangrijk bouwwerk meestal
aan de voet van een heg of dicht bij de wortels van een struik.
De Geelgors komt voor in heide begroeid met ver uit elkaar staande bomen, in bosranden, wegbermen en in heggen en houtwallen. Door het verdwijnen van heggen en houtwallen is de geelgors in de twintigste eeuw sterk achteruitgegaan.