Posts tonen met het label Frankrijk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Frankrijk. Alle posts tonen

dinsdag 27 augustus 2013

Kijk uit voor natte voeten op de Passage du Gois

Wie niet snel genoeg is, krijgt natte voeten op de Passage du Gois. Twee keer per dag stijgt het water bij hoogwater minimaal een meter, soms zelfs vier keer zoveel.


De Passage du Gois is een 4,5 km lange oversteek van het vaste land naar het eiland Noirmoutier. Het ligt tussen Beauvoir-sur-Mer en Île de Noirmoutier, in het Franse departement Vendée. De oversteek wordt twee keer per dag overspoeld door de vloed. Pas sinds 1971 is er ook een brug om het eiland Noirmoutier te bereiken, le pont du Noirmoutier.

De Passage du Gois is sinds de 17de eeuw in gebruik en was tot 1971 – het jaar waarin de brug gereed kwam - de enige berijdbare weg naar het eiland. De Gois is gevormd door zandbanken en de naam zou zijn afgeleid van de plaatselijke term goiser (door de modder baggeren). Langs deze overstroombare weg staan tal van vluchtheuvels met palen waarop mensen die worden verrast door het wassende water kunnen wachten tot het eb wordt.

Er worden blijkbaar heel wat mensen verrast worden door het wassende water als je kijkt naar de foto’s die te zien zijn op internet. Auto’s, bussen en campers staan tot het dak in het zoute water. De meeste mensen wachten klaarblijkelijk tot het laatste moment om de Passage du Gois over te steken.

Nochtans staat er een elektronische klok en waarschuwingsborden (in 3 talen), die aangeven wanneer de oversteek veilig kan worden genomen. Er zijn echter ook foto’s te zien van vissersschepen die vastliggen op de droog gevallen weg. Een heel apart weggetje dus en daar kunnen sommige deelnemers van de Tour de France over mee praten.

Alex Zülle zal niet graag worden herinnerd aan de tweede rit uit de Tour van 1999 tussen Challans en Saint-Nazaire. Jaan Kirsipuu behield die dag de gele trui die hij een dag eerder van proloogwinnaar Lance Armstrong had overgenomen. Tom Steels won de massasprint die er geen was, omdat een groot deel van het peloton bij de oversteek van de - door zeealgen - glibberige Passage du Gois onderuit was gegaan.

Alex Zülle, een Zwitser met Nederlandse moeder en favoriet voor de eindzege na onder andere twee eindzeges in de Vuelta, was het grootste slachtoffer: hij verloor ruim 6 minuten en kon de gele trui onmiddellijk vergeten. Desondanks eindigde Alex Zülle in Parijs als tweede. Het verschil met Lance Armstrong, die zijn eerste van uiteindelijk zeven edities won, was maar iets meer dan die 6 minuten. Zonder de Passage du Gois had de had de uitslag van die Tour er wellicht heel anders uitgezien!


Wacht dus niet tot het laatste moment om de Passage du Gois over te steken, je kunt altijd nog de brug nemen.

zaterdag 18 mei 2013

Kraanvogels blijven hangen bij de Laguna de Gallocanta


Massale kraanvogeltrek over Nederland
Bericht uitgegeven door Sovon Vogelonderzoek Nederland op vrijdag 8 maart 2013

Maandag en dinsdag werd Nederland overspoeld door kraanvogels. Door het plotselinge mooie weer en de zuidoostelijke wind trok een brede stroom kraanvogels over vooral Oost-Nederland. Ze vertrokken vorige week vanuit Spanje en Frankrijk naar hun broedgebieden in Noord-Europa. Nederlandse vogeltellers noteerden enorme aantallen. Het ging naar schatting om misschien wel 100.000 vogels.

Tot zover de publicatie van Sovon. Het vervolg op bovenstaand bericht kun je lezen op Natuurbericht.


Normaal trekken de Kraanvogels (Grus grus) - bij gunstig weer -  omstreeks eind februari vanuit Spanje naar hun broedgebieden in het noorden van Europa.


Maar toen ik de tweede week van April langs de Lagune van Gallocanta kwam bleek daar nog een behoorlijke groep – op de nu groene akkers – aanwezig te zijn. Toen ik de tweede week van Mei weer langs de lagune kwam bleek er nog steeds een groepje aanwezig. 



Nu had ik tijdens mijn reis naar Nederland visa-versa wel veel regen onderweg en was het in Frankrijk, Belgie en Nederland koud en schraal weer. In de Pyreneeën lag er echter weinig sneeuw en Kraanvogels zijn redelijk bestand tegen koud en slecht weer. 


Er zaten veel jonge dieren in de groep die ik bij de lagune zag maar gewonde dieren - die ik in de winter weleens zie - kon ik niet ontdekken. Wat de reden is dat deze groep Kraanvogels zo lang blijft hangen is gissen, wellicht is het de eerste generatie Kraanvogel hangjongeren.


Bij de Lagune – waar ze overnachten in het ondiepe gedeelte - zijn minimum temperaturen gemeten van min 20 graden Celsius, kinderachtig zijn ze dus niet.   

dinsdag 6 december 2011

Klote Beesies


Ze zijn het gezicht van de tuin en geven er dat mediterrane accent aan, “de Palmbomen”

Ze zijn als kleine boompjes geplant met de gedachte om er later in een hangmat onder te liggen.

Om één te zijn met de natuur, de zee en de wolken.

Vergeet het maar!!!
De uitdrukking “Ik gun je veel personeel”, om aan te geven dat je dan gebukt kunt gaan onder veel zorgen en narigheid, slaat nergens op. Nee, “ik gun je veel palmbomen”, dat zaagt pas hout. Fout is natuurlijk dat ik me niet eerst heb verdiept in de diverse palmensoorten. Zo heb ik een piepkleine  “Washingtonia Robusta” bij het zwembad geplant – je ziet links op de foto zijn stam -, die boom is inmiddels zo groot dat ik hem met een ultra-groothoek nog niet helemaal op de foto krijg. Ik weet nu dat ze 25 meter hoog worden en als je pech hebt zelf 30 meter, de naam “Robusta” had me aan het denken moeten zetten. Ieder jaar moet er een mannetje inklimmen - met ijzers onder zijn schoenen - om de dode bladeren af te snijden en de stam te schillen. In de zomer is de bloei en vallen de uitgebloeide bloempjes in het zwembad, waardoor het filter verstopt. In de herfst vallen er tientallen kilo’s bessen vanaf, waardoor regelmatig de zwembadpomp in de soep draait. Het terras wordt gitzwart van die bessen, zoals je op de foto kunt zien. Ieder dag moet ik met een blazer die bessen weghalen,met een hogedrukspuit het zwart van de tegels en met een schepnet de bessen uit het zwembad. Maar erger is dat die bessen ook in de vijver vallen waardoor het water dood slaat en de vissen stikken. De natuur zelf is dus eigenlijk niet natuurvriendelijk, ik was dan ook van plan om die palm met een kraan weg te laten halen. Alleen er is iets tussen gekomen…………   

Van de week zat namelijk dit beestje in de tuin, de Palmsnuitkever of Rode snuitkever (Rhynchophorus ferrugineus) - in het Spaans  Picudo rojo -. Haar larven hebben het voorzien op de andere palmbomen in de tuin zoals de Phoenix Canariensis en in mindere mate ook de Phoenix Datilifera.

De vraatzucht van deze larven is zo groot dat ze zelfs al spreekwoordelijk is, “Kevertje rood, palmpje dood”. De Palmsnuitkever werd voor het eerst ontdekt in de palmoase “Wadi Feran” in de Sinaï woestijn. Vervolgens verspreidde hij zich snel over het hele Middellandse Zeegebied. De rode kever is vrijwel onmogelijk te bestrijden. Vooral omdat de palmen vaak in openbare parken en langs boulevards staan, waar je niet met giftige middelen kunt spuiten. Inspuiten is wel geprobeerd, maar met een mager resultaat en tegen hoge kosten. Rondom de Palmsnuitkever is inmiddels een hele business ontstaan waar flink wat geld in omgaat. Ik ben bang dat we de palmbomen kunnen afschrijven en dat ik die hangmat niet hoef aan te schaffen.

Temeer omdat een nog een Palmen-Killer bij mij in de tuin zit, namelijk de Palmmot (Paysandisia archon). Maar daar ben ik pas achter gekomen nadat ik op zoek ging naar meer informatie over de Palmsnuitkever.
Ieder jaar in Augustus heb ik allemaal van die leuke vlindertjes in de tuin en ik was daar best een beetje trots op om dat ik dacht dat ik mijn tuin vlindervriendelijk had gemaakt door de beplanting. Dat klopt ook wel maar niet de soort beplanting die ik voor ogen had. Ik was zelfs pissig als de merels er één te pakken hadden genomen, wat je kon zien aan de achtergelaten vleugeltjes op het terras. Ik vond het wel raar dat ik ze niet in mijn vlinderboekje zag staan, maar daar staan wel meer vlinders niet in. Dit schrijft Wiki erover;
De palmmot (Paysandisia archon) is een nachtvlinder uit de familie van de Castniidae. De spanwijdte is 9 tot 11 centimeter. Door zijn verschijning en doordat de soort overdag vliegt wordt het dier makkelijk voor dagvlinder aangezien. De palmmot is polyfaag op palmen.

De soort komt van oorsprong voor in Argentinië en Uruguay. Halverwege de jaren negentig van de twintigste eeuw is de soort geïntroduceerd in Frankrijk, waar hij waarschijnlijk met geïmporteerde planten is meegekomen. Sindsdien heeft de soort zich in Zuid-Europa verspreid en vormt daar een plaag voor palmen.
Ik weet het zeker! mijn tuin gaat op de schop en ik maak een rotstuintje met vetplantjes en cacteeën. Maar eerst maar eens informeren wat daar nu weer mis mee kan gaan. Hoewel knotwilgen misschien ook niet zouden misstaan en het is eens wat anders.
Op het blog van Wonen in Spanje kun je meer lezen over de Palmsnuitkever.

vrijdag 19 februari 2010

Vale Gier

O,o !!! Wat vond ik ze lelijk toen ik ze voor de eerste keer zag.
Maar dat is veranderd, echt mooi vind ik ze nog steeds niet. Maar lelijk kan ik ze ook niet meer noemen. Wat me erg aanspreekt van gieren is dat het niet van die vroege vogels zijn, m.a.w. je hoeft niet voor dag en dauw op te staan om ze te zien. Nee, je kunt eerst koffie drinken en een krantje lezen en dan nog kom je niet te laat. Nadeel is dat de zon dan al behoorlijk fel is en ze in die felle lucht moeilijk te fotograferen zijn.
Pas rond een uur of 10 (afhankelijk van het seizoen), als de zon goed doorkomt en er enige thermiek in de lucht ontstaat, kiezen ze het luchtruim. Voor die tijd zitten ze op de rotsen, zich in de eerste zonnestralen, te verwarmen. Zo nu en dan slaan ze hun machtige vleugels uit om te kijken of er al warme luchtstromingen zijn waarmee ze, zonder al te veel energie te verbruiken, kunnen opstijgen. Met de enorme vleugels legt de gier grote afstanden af, en hoewel de vogels meestal zweven en ze langzaam lijken te vliegen kunnen ze een snelheid bereiken van meer dan 70 kilometer per uur, en honderden kilometers per dag afleggen.
Een volwassen gier is circa 1 meter lang, gemeten van kop tot staart. De vleugelspanwijdte is circa 2,30 tot 2,80 meter, het is hiermee een van de grootste vogels ter wereld. Het gewicht van een volwassen exemplaar bedraagt ongeveer 7 tot meer dan 11 kilo.
De Vale gier (Gyps fulvus) is zandkleurig tot donkerbruin van kleur, de kop en de hals zijn vaalwit, evenals de kraag tussen hals en lichaam. De slagpennen en de staartveren zijn donkerder tot zwart. Jonge exemplaren hebben een bruine kraag en zijn donkerder van kleur. De vleugels zijn lang en breed, de vleugelpennen doen in vlucht enigszins denken aan vingers. De poten zijn relatief kort.
De Vale gier komt voor in Zuidoost-Azië, delen van noordelijk Afrika, het Arabisch Schiereiland en zuidelijk Europa. In Europa komt de soort vrij algemeen voor in Spanje, onder andere in de Pyreneeën, Monfragüe en Cabañeros. In Portugal en Frankrijk zijn eveneens enkele populaties, maar beduidend kleiner dan die van Spanje. In de provincie Alicante kun je hem vinden in de Sierra de Mariola. Zijn habitat bestaat uit bergachtige gebieden in kale, dorre streken zonder veel bomen, de gier rust en broedt langs steile rotsen.
De Vale gier behoort tot de roofvogels maar is een aaseter die al vliegend zoekt naar karkassen van dieren als schapen. Deze worden opgespoord met het uitstekende gezichtsvermogen. Met name de zachtere delen worden gegeten, zoals de spieren en de ingewanden. Met zijn dunbevederde lange nek kan de gier zijn kop relatief ver in een kadaver steken zonder dat veren beschadigen of vuil worden. Vale gieren foerageren in groepen, waarbij de dieren elkaar goed in de gaten houden. Als één gier voedsel vindt, vliegt de rest mee naar beneden. Op zijn zoektocht naar voedsel vliegt de Vale Gier gemiddeld 8 uur per dag.
Tijdens de maaltijd worden door de dominantste gier luid sissende geluiden gemaakt, de andere gieren reageren hierop met grommende geluiden. De gier kan zelf overigens geen kadavers openscheuren, en moet bij een 'vers' kadaver wachten op andere dieren, zoals de Monniksgier, die het karkas aanvreten. Zoals wel meer aaseters valt de Vale gier zo af en toe ook levende schapen aan, dit betreft meestal sterk verzwakte of heel jonge exemplaren. Ook de placenta's van pasgeboren dieren en door jagers afgeschoten wild worden door de gieren als ze de kans krijgen direct belaagd.
Doordat in zuidelijk Europa sinds januari 2007 veehouders ingevolge EU-richtlijnen geen karkassen meer mogen laten liggen op hun landerijen (in verband met de gekke-koeienziekte) heeft de gier meer moeite om voedsel te vinden zodat vaker levende dieren worden aangevallen, echter nooit gezonde exemplaren. Een ander gevolg hiervan is dat de vogel verder trekt op zoek naar voedsel, waardoor de soort ook in noordelijker streken is gesignaleerd, dit is de reden dat de vogel tot in Nederland en België voorkomt als dwaalgast.
De Vale gier legt in de regel maar één ei per jaar, het ei wordt door beide ouders uitgebroed en het jong blijft tot een half jaar in het nest. Een broedpaar is monogaam en blijft het hele leven bij elkaar.
De Vale gier gebruikt voor het maken van zijn nest o.a. pijnboom-takken.

De Vale gier is een sociale soort; de vogel broedt in kolonies en zoekt voedsel in groepen. De nesten liggen minstens twee meter van elkaar en worden door de ouders fel verdedigd. Het duurt 7 of 8 jaar voordat de jongen volwassen zijn en zelf paren.
In gevangenschap kan de Vale gier een leeftijd bereiken tot 40 jaar.

donderdag 11 februari 2010

Land van duizend meren

In de Franse regio Centre, tussen Poitiers en Chateauroux en de rivieren de Creuse en de Indre, ligt het prachtige merengebied "Parc Naturel Regional de la Brenne". Een ideale plek voor natuurliefhebbers en vogelaars.
Dit eenzame land met de bijnaam 'Het land van de duizend meren' telt zo'n 1200 plassen, meren, poelen en vennen. Sinds december 1989 staat het park officieel te boek als natuurpark.
La Brenne is een natuurrijk cultuurlandschap, alle meertjes zijn in de middeleeuwen voor de visteelt aangelegd door monniken van abdijen in de omgeving. De vogelrijkdom kan zich meten met die van de belangrijkste draslanden van Europa.
Het gebied kenmerkt zich door een grote verscheidenheid aan bossen, meertjes, heidevelden, weilanden, moerassen, beekjes en talrijke houtwallen en hagen. De verstilde dorpen zijn dun over het gebied verstrooid.
Voordat men La Brenne gaat verkennen is een bezoek aan het Musee de la Brenne in een 12e eeuws kasteel aan te bevelen. Hetzelfde geldt voor het Ecomusee waar veel informatie over de geologie van het gebied wordt geboden. Het beste kan men beginnen in Le Bouchet, in het centrum van het natuurpark. Het is een authentiek boerendorp met huizen die gebouwd zijn van de lokaal gewonnen rode zandsteen: gres rouge. Deze steen is als lateriet bodem ontstaan tijdens het Tertiair, toen in La Brenne een tropisch klimaat heerste.
Het middeleeuwse kasteel van Le Bouchet ligt op een verhoging van deze steen; het is vanuit het natuurpark bijna overal te zien. In Le Bouchet is ook het bezoekerscentrum van het natuurpark, een fraai, oud en streekeigen gebouw, waar naast veel informatie over het gebied ook talrijke agrarische streekproducten, zinvolle nijverheidsartikelen en kunst te verkrijgen zijn.
Het hagenlandschap van La Brenne is uniek, met tal van struik- en boomsoorten als sleedoorn, meidoorn, hazelaar, veldiep en de overal aanwezige koebraam. Maar ook slingerplanten als heggenrank, kleefkruid en spekwortel. Het is een waar eldorado voor vogelsoorten die aan dergelijke hagenlandschappen gebonden zijn. Jammer genoeg laat het onderhoud te wensen over, waardoor ze langzaam dichtgroeien met struiken en bramen. Zo verarmen op den duur niet alleen de flora en fauna, maar verliest het gebied ook zijn verscheidenheid en eigengeaardheid als cultuurlandschap.
De viscultuur zal voorlopig niet uit La Brenne verdwijnen. In de grote en vele kleine, vaak naamloze meren, beoefend men al sinds de middeleeuwen een vorm van visteelt. Al deze meren en meertjes, waarin hoofdzakelijk karper en in mindere mate blankvoorn wordt gekweekt, zijn volledig kunstmatig gevormd en met elkaar verbonden.
Tot de Franse revolutie was deze visteelt vooral monnikenwerk. De vis werd in heel Frankrijk verhandeld. Ook de Parijse hallen werden ermee bevoorraad. Gedurende de Franse revolutie werd de visteelt in La Brenne verboden en stortte deze voor de lokale economie zeer belangrijke activiteit volledig in. Zeer veel meren vielen droog; dammen en sluizen raakten in verval. Pas vanaf 1950 herstelde de visteelt zich weer langzaam. In dat jaar waren er nog 600 visvijvers (5600 ha) over, nu zijn er minstens 1200 (10.000 ha).
Op een paar plaatsen in La Brenne komt de in Frankrijk zeldzame moerasschildpad voor. Wie belangstelling heeft voor insecten en in het bijzonder voor libellen kan in La Brenne zijn hart ophalen. Er zijn meer dan 60 soorten waargenomen. In totaal leven in het natuurpark 26 soorten reptielen en amfibieën, ca. 300 soorten vogels en 60 soorten zoogdieren. Een ongehoord hoog aantal voor een cultuurlandschap.
           

donderdag 31 december 2009

De Mensen van Trás-os-Montes

Trás-os-Montes (Portugees voor 'achter de bergen') is een bergachtige landstreek in het noordoosten van Portugal. Het is één van de armste en meest onherbergzame gebieden van Portugal en kent drie subregio's: Chaves, Valpaços en Planalto-Mirandês. Het leven voor de plattelandsbevolking is er hard en moeilijk. Je waant je terug in de tijd met straten vol uitwerpselen van koeien, geiten en schapen en de onvermijdelijke vliegen die daar op afkomen. Vele huizen zijn van graniet en sommige van die oude huizen worden nu gerestaureerd.
Moderne huizen worden gebouwd door de vele Portugezen die werken in met name Frankrijk, dit heeft als consequentie dat het werk op het land voornamelijk door vrouwen wordt gedaan omdat de mannen elders verblijven. Van de bijna 11.000.000 Portugezen werken er ca. 900.000 in het buitenland.
In Trás-os-Montes bevinden zich twee natuurparken: Parque Natural de Montesinho, bekend om zijn grote populatie Iberische wolven en de vele kastanjeboomgaarden, en Douro Internacional, in het dal van de rivier de Douro.
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...