Posts tonen met het label Cabañeros. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Cabañeros. Alle posts tonen

maandag 17 februari 2014

Naar het land van Don Quichotte


Vorige week naar Castilla la Mancha, het land van Don Quichotte, geweest. Dat was geen onverdeeld genoegen. Op een gegeven moment begon ik me zelfs een beetje een Don Quichotte te voelen. Niet vechtend tegen windmolens maar tegen de storm die over de Spaanse hoogvlakte raast en die kou, regen en natte sneeuw meevoert. De meeste dagen is het grijs en had ik net zo goed zwart wit foto’s kunnen maken, kleuren zijn verdwenen uit het landschap. Het doet me denken aan vroeger als je buiten wilde spelen maar door de regen verplicht opgesloten zat op je kamertje, kijkend naar de regendruppels die van het raam af sijpelden. Nu zie ik de regen tegen de ruiten van mijn campertje slaan, die hevig staat te schudden in de wind. Geen mens te bekennen, geen boer op het land.


In nationaal park “Cabañeros” – gelegen in de provincies Ciudad Real en Toledo - is het even droog maar komt de volgende bui er al weer aanzetten. Ik ben hier heen gegaan om monniksgieren te fotograferen, maar een buizerd en een torenvalk zijn de enige roofvogels die ik zie. Zonde!, want behalve monniksgieren kun je hier de keizersarend, de zeldzame pardellynx en de otter tegenkomen. Alleen nu even niet, niets maar dan ook niets laat zich zien in de lucht of op de grond. Behalve een stel ooievaars die staan te kleumen op een kerktoren.


De eerste plek waar ik heen rijd is de reserva natural de la “Laguna Del Hito” De lagune is gelegen in de provincie Cuenca en valt onder de gemeente El Hito en Montalbo. Het water van de lagune is zout en trekt in de winter diverse eendensoorten, steltlopers en duizenden meerkoeten. In de omgeving zitten ook veel steppevogels. In de winter verblijven er honderden kraanvogels die op de omringende akkers foerageren, ook zijn er veel ooievaars te vinden. Landschappelijk is voor mij de directe omgeving niet zo fraai en je kunt na de regenval niet dicht bij de lagune komen. Het is een beschermd gebied maar dat belet de gemeente Montalbo niet om er vlakbij vuil te storten. Of het door het weer komt, ik weet het niet maar ik word er ondanks de honderden kraanvogels een beetje depri van. Verder dus maar naar de in de provincie Ciudad Real gelegen plaats Pedro Muñoz.


Rond de plaats Pedro Muñoz liggen een heel stel lagunes, waarvan de laguna de Manjavacas – compleet met kijkhutten - de belangrijkste is. De lagune valt onder de gemeente Mota del Cuervo – gelegen in de provincie Cuenca - en is van groot belang voor watervogels en steppevogels. De lagune ligt op 670 meter boven de zeespiegel en is circa 230 hectaren groot. In het water zit 10 tot 34 gram zout per liter, afhankelijk van het seizoen. De temperatuur van de omgeving gaat van 14 graden onder nul in de winter tot boven de 40 graden in de zomer. In de lagune zit een kolonie flamingo’s en veel soorten eenden, waarvan de witkopeend de bijzonderste is. Ook zijn er sterns en steltlopers en in de omgeving komt onder andere de kleine trap voor.


De laguna de Manjavacas is omgeven door wijngaarden en ligt in een aantrekkelijk omgeving. La Mancha is het grootste aaneengesloten wijngebied van Europa, hoewel de Franse Languedoc dat ook pretendeert. Hier ga ik zeker naar terug, ook omdat ik in mijn campertje uitstekend kan overnachten op het parkeerplein van Pedro Muñoz en je daar ook een uurtje vrij kunt internetten. Want campings vind je nauwelijks in het binnenland en al helemaal geen campings die open zijn in februari. Als ik naar huis bel hoor ik dat het prachtig weer is aan de kust. Hier staat een stormachtige wind, als ik ’s morgens wegrijd uit Pedro Muñoz zie ik een vale gier op de schoorsteen van een boerenhuisje zitten, als ik tegen de avond terug kom zit hij er nog. Gieren vliegen blijkbaar niet bij harde wind.


De laatste lagune die ik bezoek is de laguna salada de Pétrola, bij het plaatsje Pétrola in de provincie Albacete. Ook deze lagune heeft zout water en is net als de andere lagunes erg belangrijk voor watervogels, vooral in een droog land als Spanje. Hoewel er van dat droge even niets is te merken. Ook hier heb ik prima overnacht, vlakbij de kazerne van de Guardia Civil, en hier zelfs twee uur gratis internet. Wat een luxe voor een plaatsje met net over de zevenhonderdvijftig inwoners. Als ik de volgende morgen wakker word zie ik dat van de oude bomen langs de weg er ’s nachts – door de harde wind – allemaal takken zijn afgebroken. De weg ligt er vol mee, gelukkig niet op mijn camper.   


De Laguna Salada de Pétrola ligt op een hoogte van 860 meter boven de zeespiegel en is 343 hectaren groot. Soorten die je hier aantreft zijn onder andere de zeldzame witkopeend, krooneenden, wintertaling, kluten en diverse soorten steltlopers en plevieren. Ook hier een kolonie flamingo’s en in de omgeving de grote en kleine trap.


Op mijn tablet zie ik dat de weersverwachting voor Castilla la Mancha onveranderd slecht blijft. Het is jammer maar ik besluit om maar weer richting kust te rijden, iets voorbij Ayora rijd ik de Comunidad Valenciana binnen. De hemel is strak blauw maar de het stormt nog steeds. Zodra ik in de gelegenheid ben, ga ik het rondje Castilla la Mancha zeker nog een keer maken. Maar alleen dan als de gieren kunnen vliegen. 

dinsdag 15 juni 2010

Niet de Lammergier

Het is nog maar een maandje geleden en de toppen van de meeste bergen in de Pyreneeën waren nog behoorlijk besneeuwd.
Toen ik hoog in de lucht een grote roofvogel ontwaarde die door de stevige wind behoorlijk snel door het luchtruim kliefde en in een mum van tijd weer was verdwenen. De Lammergier schoot het door me heen, eindelijk heb ik hem in levende lijve gezien. Toen ik ’s avonds de foto’s bekeek viel het tegen, het was niet de Lammergier maar de Monniksgier (Aegypius monachus) die ik had gefotografeerd. Gek dat ik dat niet had gezien want ik ben toch heel wat Monniksgieren tegengekomen, in met name het nationaal park Cabañeros in Ciudad Real. Vermoedelijk kwam dit omdat deze duidelijk van A naar B vloog en ik ze normaal altijd op thermiek heb zien cirkelen op zoek naar prooi.
Raar ook dat het me tegenviel want deze grootste, zwaarste en meest rechthoekige roofvogel van Europa is toch ook mooi, de meeste mensen zullen hem helaas nooit in de vrije natuur mogen aanschouwen.                                                                                De Monniksgier is in Spanje uitgeroepen tot de vogel van het jaar 2010

vrijdag 19 februari 2010

Vale Gier

O,o !!! Wat vond ik ze lelijk toen ik ze voor de eerste keer zag.
Maar dat is veranderd, echt mooi vind ik ze nog steeds niet. Maar lelijk kan ik ze ook niet meer noemen. Wat me erg aanspreekt van gieren is dat het niet van die vroege vogels zijn, m.a.w. je hoeft niet voor dag en dauw op te staan om ze te zien. Nee, je kunt eerst koffie drinken en een krantje lezen en dan nog kom je niet te laat. Nadeel is dat de zon dan al behoorlijk fel is en ze in die felle lucht moeilijk te fotograferen zijn.
Pas rond een uur of 10 (afhankelijk van het seizoen), als de zon goed doorkomt en er enige thermiek in de lucht ontstaat, kiezen ze het luchtruim. Voor die tijd zitten ze op de rotsen, zich in de eerste zonnestralen, te verwarmen. Zo nu en dan slaan ze hun machtige vleugels uit om te kijken of er al warme luchtstromingen zijn waarmee ze, zonder al te veel energie te verbruiken, kunnen opstijgen. Met de enorme vleugels legt de gier grote afstanden af, en hoewel de vogels meestal zweven en ze langzaam lijken te vliegen kunnen ze een snelheid bereiken van meer dan 70 kilometer per uur, en honderden kilometers per dag afleggen.
Een volwassen gier is circa 1 meter lang, gemeten van kop tot staart. De vleugelspanwijdte is circa 2,30 tot 2,80 meter, het is hiermee een van de grootste vogels ter wereld. Het gewicht van een volwassen exemplaar bedraagt ongeveer 7 tot meer dan 11 kilo.
De Vale gier (Gyps fulvus) is zandkleurig tot donkerbruin van kleur, de kop en de hals zijn vaalwit, evenals de kraag tussen hals en lichaam. De slagpennen en de staartveren zijn donkerder tot zwart. Jonge exemplaren hebben een bruine kraag en zijn donkerder van kleur. De vleugels zijn lang en breed, de vleugelpennen doen in vlucht enigszins denken aan vingers. De poten zijn relatief kort.
De Vale gier komt voor in Zuidoost-Azië, delen van noordelijk Afrika, het Arabisch Schiereiland en zuidelijk Europa. In Europa komt de soort vrij algemeen voor in Spanje, onder andere in de Pyreneeën, Monfragüe en Cabañeros. In Portugal en Frankrijk zijn eveneens enkele populaties, maar beduidend kleiner dan die van Spanje. In de provincie Alicante kun je hem vinden in de Sierra de Mariola. Zijn habitat bestaat uit bergachtige gebieden in kale, dorre streken zonder veel bomen, de gier rust en broedt langs steile rotsen.
De Vale gier behoort tot de roofvogels maar is een aaseter die al vliegend zoekt naar karkassen van dieren als schapen. Deze worden opgespoord met het uitstekende gezichtsvermogen. Met name de zachtere delen worden gegeten, zoals de spieren en de ingewanden. Met zijn dunbevederde lange nek kan de gier zijn kop relatief ver in een kadaver steken zonder dat veren beschadigen of vuil worden. Vale gieren foerageren in groepen, waarbij de dieren elkaar goed in de gaten houden. Als één gier voedsel vindt, vliegt de rest mee naar beneden. Op zijn zoektocht naar voedsel vliegt de Vale Gier gemiddeld 8 uur per dag.
Tijdens de maaltijd worden door de dominantste gier luid sissende geluiden gemaakt, de andere gieren reageren hierop met grommende geluiden. De gier kan zelf overigens geen kadavers openscheuren, en moet bij een 'vers' kadaver wachten op andere dieren, zoals de Monniksgier, die het karkas aanvreten. Zoals wel meer aaseters valt de Vale gier zo af en toe ook levende schapen aan, dit betreft meestal sterk verzwakte of heel jonge exemplaren. Ook de placenta's van pasgeboren dieren en door jagers afgeschoten wild worden door de gieren als ze de kans krijgen direct belaagd.
Doordat in zuidelijk Europa sinds januari 2007 veehouders ingevolge EU-richtlijnen geen karkassen meer mogen laten liggen op hun landerijen (in verband met de gekke-koeienziekte) heeft de gier meer moeite om voedsel te vinden zodat vaker levende dieren worden aangevallen, echter nooit gezonde exemplaren. Een ander gevolg hiervan is dat de vogel verder trekt op zoek naar voedsel, waardoor de soort ook in noordelijker streken is gesignaleerd, dit is de reden dat de vogel tot in Nederland en België voorkomt als dwaalgast.
De Vale gier legt in de regel maar één ei per jaar, het ei wordt door beide ouders uitgebroed en het jong blijft tot een half jaar in het nest. Een broedpaar is monogaam en blijft het hele leven bij elkaar.
De Vale gier gebruikt voor het maken van zijn nest o.a. pijnboom-takken.

De Vale gier is een sociale soort; de vogel broedt in kolonies en zoekt voedsel in groepen. De nesten liggen minstens twee meter van elkaar en worden door de ouders fel verdedigd. Het duurt 7 of 8 jaar voordat de jongen volwassen zijn en zelf paren.
In gevangenschap kan de Vale gier een leeftijd bereiken tot 40 jaar.

maandag 28 december 2009

Het geluid vergeet je nooit meer.


Luid roepend naar elkaar komen de Kraanvogels (Grus grus) aangevlogen uit Noord-Europa, ze zijn terug in hun overwinteringgebied in Extremadura en Ciudad Real in Spanje. Tot eind februari begin maart zullen ze hier blijven, dan begint de lange terugreis naar hun broedgebied. Meer foto's op Vogel ABC
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...