Posts tonen met het label Aragón. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Aragón. Alle posts tonen

dinsdag 3 december 2013

Laguna de la Zaida, Aragón


Ze noemen het de lagune met de twee persoonlijkheden en ze is gelegen op het diepste punt van het grondgebied van het Aragonese dorpje Used in de regio Campo de Daroca. In sommige jaren wuift hier het koren in andere jaren golft er het water. Dan stroomt bijna 90% van het overtollige regenwater uit de Sierra de Santa Cruz – één van de pieken van dit gebergte is de 1291 meter hoge Monte de Zaida - naar de lagune gecontroleerd via "La Parada", een hydraulische constructie uit de 16de eeuw.

Het landgoed waarop de lagune ligt heet eveneens "La Parada". De eenden zwemmen in de Laguna de la Zaida en het graan wordt geoogst op finca "La Parada". De plek is in de beide gevallen dezelfde vandaar de verwijzing naar de twee persoonlijkheden. 

De lagune ligt noordoostelijk van de Lagune de Gallocanta, in de jaren dat de Lagune de la Zaida droog staat stroomt het overtollige regenwater naar deze lagune. De wateren worden gereguleerd door een dam die gebouwd is in de dertiende eeuw. Het onder water zetten van finca "La Parada" is al vele jaren een traditie en er op gericht om een evenwicht te vinden tussen voedselproductie en natuurbehoud. En dat lijkt te lukken want de finca floreert en heeft de hoogste productiviteit van de omgeving.

Als de Laguna de la Zaida op 
haar hoogste niveau staat, beslaat zij circa 170 hectaren en heeft ze een diepte van ongeveer 1 meter. Vanwege de extreme variaties in milieuomstandigheden zijn de oevers niet begroeid en kunnen zich geen waterplanten ontwikkelen. In tegenstelling tot de Laguna de Gallocanta heeft de Laguna de Zaida zoet water en heeft mede daardoor een grote aantrekkingskracht op watervogels. Het is dan ook een geweldige schuilplaats voor vogels, in de zomer zie je de Grauwe en Blauwe kiekendief over de korenvelden vliegen en als de lagune met water is gevuld neemt de Bruine kiekendief het van hen over. 


Dit hele gebied is trouwens rijk aan vogels, bij de lagunes zie je – afhankelijk van het seizoen – onder andere de Witwangstern, Geoorde fuut, Meerkoet, Kluut, Steltkluut, Ooievaar, Zwarte ooievaar, Blauwe reiger, Wilde eend, Bergeend, Krooneend, Pijlstaarteend en Wintertaling. Op de akkers foerageren in de winter duizenden Kraanvogels,  er vliegen Vale gieren en vele soorten zangvogels. 

Voor mij is dit één van de beste vogelgebieden van Spanje, maar als je er vogels gaat kijken moet je, je er wel goed op kleden want in de zomer kan het hier heel warm zijn en in de winter is het er soms kouder dan in Nederland of België.

zondag 6 oktober 2013

Embalse de la Sotonera, de Omgeving

Embalse de la Sotonera, is een moerasachtig spaarbekken gelegen in de Aragonese comarca Hoya de Huesca. Het beslaat 1.840 hectaren en valt onder de haast 300 inwoners tellende gemeente Alcalá de Gurrea. Het wordt ook wel Pantano de la Sotonera genoemd. Zie hier voor meer informatie over het spaarbekken. 


Eind september zijn de geoogste akkers rond embalse de la Sotonera al kaal, binnen een paar weken zullen hier de eerste kraanvogels over de velden lopen om de gemorste graankorrels op te pikken. Embalse de la Sotonera is de eerste plek over de Pyreneeën waar de kraanvogels neerstrijken en van waaruit ze zich verspreiden over het Iberisch schiereiland, zoals naar de dichtbij gelegen Laguna de Gallocanta, Ciudad Real en Extremadura.


Als je via de Pyreneeën arriveert in dit gebied is dat een vreemde gewaarwording. Eerst die indrukwekkende besneeuwde bergen – die je op de achtergrond nog steeds ziet liggen – en dan deze met koren gevulde vlakte. 


Met vaak prachtige wolkenluchten en altijd wel een roofvogel, als een stip aan de horizon. Behalve als ik een foto wil maken dan is er niet één vogel in de lucht te bekennen, ook niet in mijn hand trouwens.


Wat je wel ziet zijn die eindeloze akkers met graan, tot voor kort met korenbloemen en klaprozen. Maar ook hier staat de tijd niet stil en heeft de firma Monsanto al een aardig cliënteel opgebouwd. Monsanto is de producent van de onkruidverdelger Roundup evenals een reeks gewassen die genetisch zijn gemodificeerd zodat ze resistent zijn voor Roundup. Uit een recente studie blijkt dat het gebruik van dit soort onkruidverdelgers gelinkt kan worden aan een reeks gezondheidsproblemen en ziektes. Milieuactivisten, consumentengroeperingen en plantenwetenschappers uit verschillende landen hebben al eerder gewaarschuwd dat het gebruik van dit herbicide problemen veroorzaakt voor planten, mensen en dieren.


Wat je ook ziet in het landschap zijn de grotendeels verlaten constructies, zoals het in onbruik geraakte stationsgebouw van een opgeheven spoorlijn (geheel links op de foto). Vreemd trouwens een dergelijk station midden op de vlakte. 


Niet ver van Montmesa ligt aan de Camino de Ardisa een waarnemingspost voor kraan- en andere vogels. Als je deze Camino de Ardisa volgt tot het einde kom je bij de Corral de Antonié, eveneens een goede plek om vogels te kijken. In het dorp Montmesa is een informatiecentrum over de vogels in de omgeving te vinden. 

Montmesa is het plaatsje die het dichts bij het Embalse de la Sotonera ligt en maakt deel uit van de gemeente Lupiñén-Ortilla. De afstand tot de provinciehoofdstad Huesca bedraagt 26 Km. De bevolkingsdichtheid in het gebied bedraagt 3,43 inwoners per vierkante kilometer. Nederland heeft 449,9 Inw./km² en Vlaanderen 470 inwoners per vierkante kilometer.



Het is hier dus heerlijk rustig en dat is ideaal voor vogels, vogelaars en de natuurliefhebbers onder ons.

zondag 8 september 2013

Embalse de la Sotonera, een Spaarbekken


Embalse de la Sotonera, is een moerasachtig spaarbekken gelegen in de Aragonese comarca Hoya de Huesca. Het beslaat 1.840 hectaren en valt onder de haast 300 inwoners tellende gemeente Alcalá de Gurrea. Het wordt ook wel Pantano de la Sotonera genoemd. 


Het stuwmeer werd opgeleverd in 1963 en heeft een capaciteit van 189 Hm3, oftewel 189.000.000 m3 water. Op 03-09-2013 stond er 140 Hm3 in het meer en dat is heel veel water aan het eind van het zomerseizoen. Dat blijkt ook wel, want het 10 jaars gemiddelde van dezelfde week bedraagt slechts 79 Hm. Het water in het meer heeft een gemiddelde diepte van 10 meter en een maximum van 30 meter. Embalse de la Sotonera is de oorsprong van het Monegros Kanaal, één van de meest fundamentele kanalen van het landbouw irrigatiesysteem in Hoog Aragón.


Het water in het spaarbekken wordt aangevoerd door de rivieren río Sotón en río Astón en sinds kort ook door de río Gállego, een van de belangrijkste rivieren van Hoog Aragón. Het reservoir is van internationaal belang voor trekvogels, in het meer bevinden zich amfibieën, schildpadden en tweekleppige weekdieren en natuurlijk veel vis. Waaronder snoekbaars, meerval, karper, snoek, paling, grondel, sneep en barbeel. Rond het meer vind veel recreatie plaats, niet verwonderlijk want vanaf hier is het ver naar de kusten van zowel de Middellandse zee als de Golf van Biskaje en ook hier kun je heerlijk verkoeling vinden.  



Er is dan ook een nautische club, er zijn restaurants, bars en campings. De strandjes zijn van zand en er is zelfs een eigen strand voor de nudisten onder ons. En de hengelaars komen natuurlijk volop aan hun trekken met zoveel verschillende soorten vis in het spaarbekken.

En als de zomer voorbij is zijn het de vogels – waaronder duizenden kraanvogels – die gebruik maken van dit fijne waterrijke plekje in een verder droge omgeving. 

Hier kun je Embalse de la Sotonera op de kaart vinden en hier is het vervolg.

donderdag 30 mei 2013

Overstekende Wilde Zwijnen

Eerder had ik al gezien dat een Wild zwijn (Sus scrofa) de Lagune de Gallocanta overstak maar toen was het erg droog en stond er nauwelijks water. Nu probeerde een vrouwtje met een aantal jongeren over te steken en dat is veel lastiger want op sommige punten staat er momenteel – door de vele regen dit voorjaar - tot twee meter water in de lagune.


Toen ze mij hoorden – een wild zwijn heeft een matig gezichtsvermogen maar een uitstekend gehoor – draaiden ze onmiddellijk om en zetten het op een lopen naar een plek aan de oever waar ze wat dekking hadden. Nu had ik die wilde zwijnen nog helemaal niet gezien, alleen doordat ze begonnen te rennen werd ik opmerkzaam op ze gemaakt. Ik zat namelijk hemelsbreed nog 865 meter bij ze vandaan toen ze mij opmerkten, voor de curiositeit heb het later in Google maps nagemeten. 


Wilde zwijnen zijn nacht- en schemerdieren, in een rustige leefomgeving – en dat is de lagune in deze tijd van het jaar – zijn ze soms ook overdag actief. Op zoektochten naar voedsel kunnen ze grote afstanden afleggen. Met hun snuit en voorpoten graven ze in de grond en kunnen zo hele percelen bosgrond omwoelen. Bij sommige bosbouwers zijn ze hierom geliefd, omdat ze zo zorgen voor kiembedden voor natuurlijke verjonging van het bos. Landbouwers zijn echter niet zo blij met het omwoelen en vernielen van hun akkers.


Het tempo van de rennende wilde zwijnen ligt hoog, zo hoog dat twee zwijntjes na verloop van tijd bek af zijn en wat achter blijven. Het valt ook niet mee om door het water en de zuigende modder te rennen. 

De eerste keer dat ik rennende wilde zwijnen zag dacht ik dat het een rennende groep honden was. Ze hebben namelijk een snelheid - tot 50 Km/uur - die je niet van ze verwacht . In sommige streken van Spanje kun je dat zien tegen zonsopgang, ze zijn dan in de nacht op de akkers geweest en proberen voordat het helemaal licht wordt hun rustplaats in de bergen te bereiken. Je ziet ze dan in groepjes aan komen rennen, halt maken en weer verder rennen, dit patroon herhaald zich totdat ze zich veilig wanen. Jammer genoeg is het vaak nog te donker om er een foto van te maken. 

vrijdag 24 mei 2013

“Laguna de Gallocanta” een natuurgebied om zuinig op te zijn


In de zomer
en het vroege najaar is het landschap er dor en droog. En zijn het aardkleuren of de gele en bruine tinten van het riet en de zonnebloemen die het land kleuren rondom de Laguna de Gallocanta.


In de winter
en het vroege voorjaar ligt er – mede doordat de lagune ca. 1.000 meter boven de zeespiegel ligt - vaak sneeuw en kleurt het landschap wit. Het zoutgehalte van het water in de lagune is tien keer hoger dan dat van zeewater, vanwege het hoge zoutgehalte vriest de lagune niet dicht. Doordat er duizenden Kraanvogels overwinteren zie je in de winter overal verkleumde vogelaars en belangstellenden staan. De bezoekers komen niet alleen met bussen vol uit Spanje, je ziet ook veel vogelaars uit andere delen van Europa. Parkwacht(st)ers hebben dan de handen vol om de vele kijklustigen op afstand en uit de beschermde gebieden te houden. De twee bezoekerscentrums – één bij Bello en de ander in Gallocanta – draaien in dit seizoen overuren. 



De lagune
met op de achtergrond het plaatsje “Bello” gelegen in de provincie Teruel. Bello heeft 282 inwoners en is daarmee het grootste dorp langs de lagune.


Maar dit voorjaar
 is dankzij de overdadige regen het landschap in en in groen, is de droogte voorbij, zijn de bezoekers verdwenen en staat er weer voldoende water in de lagune.


De lagune
met in de verte het 55 inwoners tellende dorpje “las Cuerlas” gelegen in de provincie Zaragoza.



In dit unieke landschap
wonen slechts 5,11 inwoners per vierkante kilometer, een enorm verschil met de “Randstad Holland” met 915 inwoners per vierkante kilometer. Hier heerst het geluid van de stilte en als je er niet naar op zoek bent kom je er geen mens tegen.


Het dorp “Gallocanta”
ligt direct aan de lagune, heeft 154 inwoners en is gelegen in de provincie Zaragoza.

Alleen het geluid
 van een enkele tractor en van vogels, heel veel vogels verstoren de stilte. Want behalve de nu vertrokken kraanvogels zijn hier 220 verschillende soorten vogels waargenomen. Vogeltellingen in de winter geven een gemiddelde van 150.000 exemplaren. Uitschieter was de winter van 1998 toen werden 400.000 vogels geteld.


Er zit geen vis
in de lagune maar je vindt er wel reptielen en amfibieën. Ook bezoeken zoogdieren uit de omringende heuvels en bergen het gebied. De Laguna de Gallocanta is het grootste natuurlijke meer van het Iberisch schiereiland en samen met Laguna de Fuente de Piedra – in de provincie Malaga - is het de grootste zoutwater lagune in Europa. Het gebied is dan ook uitgeroepen tot Wetland van internationale betekenis (Ramsar-conventie).

“Laguna de Gallocanta” een natuurgebied om zuinig op te zijn.

maandag 7 januari 2013

Moedig Wild zwijn doet aan bergbeklimmen


In een bocht van het pad,
hoog in de Pyreneeën, sta ik ineens oog in oog met een Wild zwijn. Het is een jong dier, eigenlijk een frisling nog, soortgenoten zijn er niet te ontdekken. Ze negeert me en doet alsof ze me niet ziet. Het dier probeert met geweld een steile rotsachtige helling te beklimmen.


Maar één stap
omhoog betekent drie stappen omlaag. Stappen? Het is meer glijden wat ze doet.


Ze maakt
stevige uitglijders en ik ben bang dat ze haar poten breekt, maar ze geeft geen kick en gaat onverdroten verder.


Op een gegeven moment
kan ze het evenwicht niet meer houden en valt ze enkele meters omlaag, gelukkig is ze niet gewond. Ik besluit wat meer afstand te nemen en verder weg te gaan staan.


Na een tijdje
zie ik dat ze een ander pad naar boven heeft gevonden, waarlangs ze wel omhoog komt.


Als ze eindelijk boven is
kijkt ze voor het eerst mijn kant uit. Triomfantelijk dat wel.

Het Wild zwijn 
of Everzwijn (Sus scrofa), is het meest voorkomende lid van de familie der varkens (Suidae), en komt tegenwoordig over de hele wereld voor. Het is de wilde voorouder van het gedomesticeerde varken. In het noorden van Europa worden zwijnen zwaarder dan in het zuiden. Het lichaamsgewicht is ook afhankelijk van de leefomstandigheden, in goede omstandigheden kan het gewicht in korte tijd verdubbelen.


80% van de Wilde zwijnen wordt jaarlijks gedood.

donderdag 8 november 2012

Fuendetodos & Francisco Goya

Collectie: Real Academia de Bellas Artes de San Fernando, Madrid
Als je in Aragón
van Belchite naar Cariñena rijdt kom je langs het  - minder dan 200 inwoners tellende - dorpje  Fuendetodos.  De weg is hier niet al te breed, de omgeving is bergachtig en het landschap is op enkele boompjes na kaal. Een windmolenpark, elektriciteitsmasten en andere installaties van de elektriciteitsmaatschappij Iberdrola ontsieren de horizon. Jammer, want het kleine - op 750 meter hoogte gelegen - plaatsje is op zich niet onaardig.


De naam van dit dorp
is te danken aan een oude bron, de Fuente Vieja (de bron van alle). In de veertiende eeuw was het dorp familie-eigendom van Fernandez de Heredia, bekend als de graaf van Fuentes. De bevolking is van oudsher gericht op landbouw en de veeteelt van schapen en geiten. Ook waren er in de directe omgeving eeuwenlang steengroeven in gebruik. 


Maar de ruim 20.000
toeristen die het dorp jaarlijks bezoeken, komen voornamelijk voor de sporen uit het verleden van de beroemde Spaanse schilder “Francisco Goya”. Hij werd op 30 maart 1746 in Fuendetodos geboren en is met stip de grootste zoon van het plaatsje.



Het hele gebied
is uitgeroepen tot “Territorio Goyesco”. Broodjes, worstjes en menu’s dragen de naam van de artiest. Middelpunt is het geboortehuis van de schilder, thans een museum. 
Francisco Goya werd dan wel geboren in Fuendetodos, hij groeide op in Zaragoza en werd op 13-jarige leeftijd leerling van een kunstenaar, José Luzán, een vriend van zijn vader.  Goya trouwde in 1773 met Josefa Bayeu, de zus van Francisco Bayeu, die inmiddels zijn leermeester was geworden.

Francisco Goya
was vooral portretschilder van de Spaanse Koninklijke familie. Zo was hij hofschilder van Karel IV van Spanje en schilderde hij ook Ferdinand VII van Spanje. De Spaanse Inquisitie was in die tijd machtig en bemoeide zich ook met Goya's werk. Goya maakte naast de schilderijen van hoge geestelijken ook etsen die hij in grote oplagen drukte en die verhandeld werden in vele steden, ook buiten Spanje. Onder andere in zijn serie etsen Los Caprichos liet hij zijn afschuw zien voor de corrupte heerschappij van met name de kerk, waar hij niettemin veel voor werkte. Nadat het leger van Napoleon Spanje bezette, trok hij zich terug in de Quinta del Sordo (De villa van de dove).


Het geboortehuis van Goya 
Ook de bloedige Napoleontische invasie
vanaf 1808 heeft zijn sporen nagelaten in de werken van Goya: van 1810-1814 maakte hij een serie etsen, Los desastres de la guerra (De gruwelen van de oorlog), waarin hij de gruwelen weergaf die aan beide kanten werden begaan. Na het vertrek van de Fransen, die tevergeefs hadden getracht de verworvenheden van hun revolutie te exporteren, kwam het repressieve Spaanse Koninklijke regime weer terug. Hij keerde zich daarvan af, ging in Frankrijk in vrijwillige ballingschap en stierf uiteindelijk op 16 april 1828 in Bordeaux. 

In 1901
werd zijn stoffelijk overschot naar Spanje overgebracht en in 1919 bijgezet in de Ermita de San Antonio de la Florida in Madrid.

Collectie: Museo del Prado, Madrid

Los fusilamientos del tres de mayo
De felle burgeropstand in mei 1808 in Madrid werd op doek vastgelegd door Francisco Goya. Goya hoopte dat de Fransen vrijheid zouden brengen en schilderde in 1814 uit teleurstelling het schilderij “Los fusilamientos del tres de mayo”. Het was een aanklacht tegen deze mensonterende gebeurtenis. 


Fuendetodos
had vanaf de achttiende-eeuw een ijsindustrie, bestaande uit 22 neverones. Stenen constructies waarin sneeuw werd opgeslagen om het in de zomer als koelijs op de markt in Zaragoza te verkopen. De overblijfselen vind je nog rondom het dorp, slechts één Nevero is vrijwel intact gebleven de “Culroya”.

Bron: Wikipedia 

donderdag 11 oktober 2012

Dit is niet Rio de Janeiro


Het mag dan wel geen Rio de Janeiro zijn
Het nauwelijks 700 inwoners tellende Spaanse dorpje Alfambra - gelegen in de provincie Teruel - heeft er met zijn 25 meter hoge "Sagrado Corazón de Jesús" alles aangedaan om op de landkaart te worden gezet. Al is dat tegenwoordig Google Maps, maar dat wisten ze nog niet toen het beeld in 1956 feestelijk werd ingehuldigd.

Het monument,
van een steensoort uit de steengroeven van Novelda in Alicante, werd gemaakt door Antonio Rodriguez in Calatayud, Zaragoza. Antonio Rodriguez werd geboren in Alfambra.


De naam Alfambra
is de verbastering van de islamitische naam "Al Ambra". Een verwijzing naar de dieprode klei waarop het plaatsje ligt.

zaterdag 15 september 2012

Van Villahermosa del Río naar Puertomingalvo


Daar waar
de riviertjes Carbo en Mayor samenvloeien ligt - in de Comarca Alto Mijares van de provincie Castellón – het stadje Villahermosa del Río. Ooit behoorde het tot de heerlijkheid van Zayd Abu Zayd, laatste Almohaden gouverneur van Valencia en bondgenoot van Jaime I, Koning van Aragón, Valencia en Mallorca en Graaf van Barcelona. 

Het stadje 
werd voor een groot gedeelte verwoest in de loop van de gevechten in de Spaanse Successieoorlog - 1701–1714. Tijdens de drie Carlistische oorlogen - tussen 1833 en 1876 - was er veel militaire activiteit in en rondom de plaats. Villahermosa del Río ligt op 730 meter boven de zeespiegel en van hieruit kun je een wandeling naar de top van de Peñagolosa maken, met zijn 1813 meter de hoogste berg van de Comunidad-Valenciana.





We slaan
de CV 175 op en rijden langs de Barranco del Aigua richting Puertomingalvo. Aangekomen in de provincie Teruel veranderd de naam van de weg in de TE-42. Links ligt de diepte en rechts het gebergte.




De op bepaalde plaatsen
behoorlijk hobbelige en slingerende weg stijgt in de 13,3 km tussen Villahermosa del Río en Puertomingalvo van 730 m naar 1.456 m boven de zeespiegel. 











Direct over de top 
zien we Puertomingalvo liggen zoals het er eeuwen geleden ook al heeft gelegen.

Vanwege de hoge ligging
heerst hier een continentaal klimaat met koudere winters. Het stadje ligt vaak in de sneeuw of is in mist gehuld. Puertomingalvo heeft circa 160 inwoners - 1,52 Inw./km² - en ligt in de Comarca Gúdar-Javalambre , in de Spaanse provincie Teruel in Aragón. Omgeven door de prachtige natuur van de Serranía del Maestrazgo.

Zijn geschiedenis
gaat terug tot de tijd van de Iberiërs, maar ook de Romeinen en de Moren waren hier. De Moren was de benaming voor de islamitische bevolking van het middeleeuwse Spanje. De Moren waren voornamelijk Marokkaanse Berbers en Arabieren. In 711 vielen de Moren Spanje binnen onder de leiding van Tarik ibn Zijad. Hierna wisten zij geheel Spanje en het zuiden van Portugal te veroveren. Vanaf ongeveer 800 begint de Reconquista, waarbij de Moren beetje bij beetje teruggedrongen werden. De christelijke vorsten hadden uiteindelijk niet minder dan zeven volle eeuwen nodig om het land – dat de Moren in vier jaar tijd hadden ingenomen – te heroveren.

Puertomingalvo
werd in 1181 door de christenen heroverd, de oprichtingsakte van de stad is in 1202.  
                                                          






 Rondom
het stadje liggen vrij moeilijk te bewerken landerijen, in de zomer is het regelmatig erg droog. Er wordt voornamelijk graan verbouwd. 



Boven de graanvelden
kun je regelmatig de Blauwe en Grauwe kiekendief zien vliegen. En je ziet er ook veel Vale gieren, die soms rakelings over de top van de berg scheren.
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...