Posts tonen met het label Azië. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Azië. Alle posts tonen

woensdag 29 augustus 2012

Gek op Wormen


Zowel de Tureluur (Tringa totanus) als de Groenpootruiter (Tringa nebularia) zijn gek op wormen maar ook op zeeduizendpoten, slijkgarnalen, rode draadwormen en schelpdieren die ze vinden door te tasten in het slik. Aan de binnenkant van hun snavel zitten gevoelige zintuigcellen waarmee ze bij het tasten een onderscheid kunnen maken tussen eetbare dingen en slib- en zanddeeltjes in de bodem.


Van de Tureluur (bovenste foto’s) kun je werkelijk tureluurs worden, eindeloos roept hij - in het voorjaar - duizenden keren zijn naam. De Tureluur is een weidevogel die ook regelmatig op kwelders en slikken te zien is. Ze broeden in Nederland en België op vochtige graslanden en langs slootkanten. De grootste aantallen zijn er in augustus en september te zien. Ze overwinteren bij ons aan de Middellandse Zee, vooral in de Ebro-Delta kun je dan heel wat exemplaren aantreffen. De Tureluur staat er om bekend dat ze snel ruzie maken met andere vogels in hun omgeving.


De Groenpootruiter komt in Nederland en België voor tijdens de maanden april tot november. Tijdens de broedtijd zijn ze in het noorden van Rusland, Scandinavië en het noorden en westen van Schotland, terwijl ze in de winter voornamelijk in tropisch Afrika zijn. Sommige exemplaren overwinteren langs de kusten van de Middellandse Zee en Zuid-Engeland.


De Groenpootruiter broedt ook in een breed gebied dwars door Siberië tot aan de Grote Oceaan. Deze broedvogels trekken echter naar overwinteringgebieden in Azië en Australië.

donderdag 22 juli 2010

Aalscholver

De Aalscholver (Phalacrocorax carbo), komt langs vrijwel alle kusten en rivieren van Europa voor. Het is een beschermde vogelsoort krachtens de Europese Vogelrichtlijn, de Bern-conventie, het AEWA-verdrag en de Nederlandse Flora- en faunawet.
De Aalscholver die ook wel scholver, scholverd of schollevaar wordt genoemd, is een 80 tot 100 centimeter grote vogel, met een spanwijde van 130 tot 160 centimeter en een gewicht van 2 tot 2,5 kilo.
Op verschillende plaatsen langs de kust en in het binnenland zijn kolonies te vinden in boomtoppen langs meren, reservoirs en afgravingen. Door de witte uitwerpselen van de aalscholvers sterft de vegetatie in de broedgebieden na verloop van tijd af, evenals de bomen waarin de nesten worden gemaakt. In de kolonie hangt een sterke vis en guanolucht.
Het legsel van de aalscholver bestaat uit 3 of 4 eieren. Ze worden 30 tot 31 dagen bebroed, na circa 50 dagen vliegen de jongen uit. Het volwassen verenkleed krijgen ze als ze twee jaar of ouder zijn, pas dan gaan ze voor het eerst op zoek naar een partner.
Zijn voedsel bestaat uit verschillende soorten vis, zowel in zoet als in zoet water. In meren en rivieren geven ze de voorkeur aan paling, maar ze zullen eigenlijk alles vangen wat beschikbaar en groot genoeg is.
De aalscholver wordt door beroepsvissers wel beschouwd als een van de oorzaken van de achteruitgang van de palingstand, maar ieder wetenschappelijk bewijs daarvoor ontbreekt. Hoe dan ook, de 'waterraaf' is verre van populair bij vissers.
De Aalscholver zit vaak met uitgespreide vleugels, over de reden hiervan zijn de ornithologen het niet eens. De één zegt dat de Aalscholver, in tegenstelling tot andere zwemmende en duikende vogels, geen beschermende en waterafstotende vetlaag op de veren heeft en dus na iedere zwemtocht moet drogen om weer te kunnen vliegen.
De ander zegt dat deze houding te maken heeft met het verteren van het voedsel.

Als Aalscholvers vliegen vormen ze een V-formatie. In heel koude winters zien we aan de Middellandse zee veel Aalscholvers uit Noordwest Europa, met name uit Nederland, België en Denemarken.

 In Afrika en Azië worden afgerichte aalscholvers gebruikt om voor de mens vis te vangen. Een ring rond de hals voorkomt dat ze de prooi zelf inslikken. 

vrijdag 26 maart 2010

Zwarte Wouw

De één zijn dood is de ander zijn brood, dat kun je in het geval van deze Zwarte Wouw (Milvus migrans) letterlijk nemen. Een doodgereden Wild konijn is vandaag zijn dik belegde boterham.


De vogel loopt zelf ook het risico om doodgereden te worden maar daar laat hij zich niet door weerhouden. Van de Zwarte wouw denkt men dat het de meest talrijke roofvogel op aarde is.


De Zwarte wouw is voornamelijk een aaseter, maar jaagt ook op prooidieren zoals; grote insecten, vissen, reptielen, vogels en kleine zoogdieren. De gevangen prooien worden aan de klauwen geregen en tijdens de vlucht gegeten.


Buiten Europa is de zwarte wouw zeer algemeen in delen van Afrika, Australië en Azië. In veel tropische steden kunnen grote aantallen worden aangetroffen, onder andere op vuilnisbelten en op plekken met slacht en visafval. In de winter trekken de Europese vogels naar Afrika.

vrijdag 19 februari 2010

Vale Gier

O,o !!! Wat vond ik ze lelijk toen ik ze voor de eerste keer zag.
Maar dat is veranderd, echt mooi vind ik ze nog steeds niet. Maar lelijk kan ik ze ook niet meer noemen. Wat me erg aanspreekt van gieren is dat het niet van die vroege vogels zijn, m.a.w. je hoeft niet voor dag en dauw op te staan om ze te zien. Nee, je kunt eerst koffie drinken en een krantje lezen en dan nog kom je niet te laat. Nadeel is dat de zon dan al behoorlijk fel is en ze in die felle lucht moeilijk te fotograferen zijn.
Pas rond een uur of 10 (afhankelijk van het seizoen), als de zon goed doorkomt en er enige thermiek in de lucht ontstaat, kiezen ze het luchtruim. Voor die tijd zitten ze op de rotsen, zich in de eerste zonnestralen, te verwarmen. Zo nu en dan slaan ze hun machtige vleugels uit om te kijken of er al warme luchtstromingen zijn waarmee ze, zonder al te veel energie te verbruiken, kunnen opstijgen. Met de enorme vleugels legt de gier grote afstanden af, en hoewel de vogels meestal zweven en ze langzaam lijken te vliegen kunnen ze een snelheid bereiken van meer dan 70 kilometer per uur, en honderden kilometers per dag afleggen.
Een volwassen gier is circa 1 meter lang, gemeten van kop tot staart. De vleugelspanwijdte is circa 2,30 tot 2,80 meter, het is hiermee een van de grootste vogels ter wereld. Het gewicht van een volwassen exemplaar bedraagt ongeveer 7 tot meer dan 11 kilo.
De Vale gier (Gyps fulvus) is zandkleurig tot donkerbruin van kleur, de kop en de hals zijn vaalwit, evenals de kraag tussen hals en lichaam. De slagpennen en de staartveren zijn donkerder tot zwart. Jonge exemplaren hebben een bruine kraag en zijn donkerder van kleur. De vleugels zijn lang en breed, de vleugelpennen doen in vlucht enigszins denken aan vingers. De poten zijn relatief kort.
De Vale gier komt voor in Zuidoost-Azië, delen van noordelijk Afrika, het Arabisch Schiereiland en zuidelijk Europa. In Europa komt de soort vrij algemeen voor in Spanje, onder andere in de Pyreneeën, Monfragüe en Cabañeros. In Portugal en Frankrijk zijn eveneens enkele populaties, maar beduidend kleiner dan die van Spanje. In de provincie Alicante kun je hem vinden in de Sierra de Mariola. Zijn habitat bestaat uit bergachtige gebieden in kale, dorre streken zonder veel bomen, de gier rust en broedt langs steile rotsen.
De Vale gier behoort tot de roofvogels maar is een aaseter die al vliegend zoekt naar karkassen van dieren als schapen. Deze worden opgespoord met het uitstekende gezichtsvermogen. Met name de zachtere delen worden gegeten, zoals de spieren en de ingewanden. Met zijn dunbevederde lange nek kan de gier zijn kop relatief ver in een kadaver steken zonder dat veren beschadigen of vuil worden. Vale gieren foerageren in groepen, waarbij de dieren elkaar goed in de gaten houden. Als één gier voedsel vindt, vliegt de rest mee naar beneden. Op zijn zoektocht naar voedsel vliegt de Vale Gier gemiddeld 8 uur per dag.
Tijdens de maaltijd worden door de dominantste gier luid sissende geluiden gemaakt, de andere gieren reageren hierop met grommende geluiden. De gier kan zelf overigens geen kadavers openscheuren, en moet bij een 'vers' kadaver wachten op andere dieren, zoals de Monniksgier, die het karkas aanvreten. Zoals wel meer aaseters valt de Vale gier zo af en toe ook levende schapen aan, dit betreft meestal sterk verzwakte of heel jonge exemplaren. Ook de placenta's van pasgeboren dieren en door jagers afgeschoten wild worden door de gieren als ze de kans krijgen direct belaagd.
Doordat in zuidelijk Europa sinds januari 2007 veehouders ingevolge EU-richtlijnen geen karkassen meer mogen laten liggen op hun landerijen (in verband met de gekke-koeienziekte) heeft de gier meer moeite om voedsel te vinden zodat vaker levende dieren worden aangevallen, echter nooit gezonde exemplaren. Een ander gevolg hiervan is dat de vogel verder trekt op zoek naar voedsel, waardoor de soort ook in noordelijker streken is gesignaleerd, dit is de reden dat de vogel tot in Nederland en België voorkomt als dwaalgast.
De Vale gier legt in de regel maar één ei per jaar, het ei wordt door beide ouders uitgebroed en het jong blijft tot een half jaar in het nest. Een broedpaar is monogaam en blijft het hele leven bij elkaar.
De Vale gier gebruikt voor het maken van zijn nest o.a. pijnboom-takken.

De Vale gier is een sociale soort; de vogel broedt in kolonies en zoekt voedsel in groepen. De nesten liggen minstens twee meter van elkaar en worden door de ouders fel verdedigd. Het duurt 7 of 8 jaar voordat de jongen volwassen zijn en zelf paren.
In gevangenschap kan de Vale gier een leeftijd bereiken tot 40 jaar.
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...