Posts tonen met het label Noord-Afrika. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Noord-Afrika. Alle posts tonen

donderdag 16 juni 2011

Graszanger - Zitting Cisticola

De Graszanger (Cisticola juncidis) vliegt vaak, in zigzaggende vlucht, een eindje met je mee. Onderwijl een gezang producerend wat nog het meest op het geluid van een herhaald knippende schaar lijkt. 

De Graszanger is een insecteneter met een lengte van ca. 10 cm en een gewicht van 8 tot 12 gram. Hij komt voor in Zuid-Europa, Noord-Afrika en in Zuid-Azië tot aan Noord-Australië in moerassen, vochtige graslanden, maar ook in korenvelden en op steppen. De Graszanger is geen trekvogel, maar blijft het hele jaar in hetzelfde gebied.

Typerend aan de Graszanger is, dat als hij zingt, je ziet dat de vogel een zwart keelgat heeft. Ik heb hem de bijnaam het “dropvogeltje” gegeven, omdat hij door dat zwarte bekkie sprekend lijkt op een kind met een dropmond. Of je die dropmonden in Nederland nog ziet weet ik niet, in mijn jeugd had je dropveters en die gaven een prima resultaat.


De graszanger heette vroeger Waaierstaartrietzanger. In Nederland komt hij voornamelijk voor in Zeeuws-Vlaanderen. Het is een zeer wintergevoelige soort die massaal het loodje legt bij langdurige vrieskou. Zijn de winters een aantal jaren mild dan rukken ze vanuit hun normale leefgebied in Zuid-Europa op naar het noorden en kunnen dan ook Nederland bereiken.

zaterdag 3 juli 2010

Bootvluchtelingen

Op het strand van Tarifa kun je ze zien liggen, de wrakke schepen waarmee migranten uit Afrika in Spanje aan wal zijn gekomen.
De bergen aan de overkant liggen in het Noord-Afrikaanse Marokko, het lijkt zo dichtbij maar toch hebben vele de overtocht met hun leven moeten bekopen.
De Guardia-Civil patrouilleert met snelle schepen voor de kust. Ook de Nederlandse mijnenjagers Hr. Ms. Maassluis, Hr. Ms. Haarlem en Hr. Ms. Hellevoetsluis werden tot 1 juli op volle zee ingezet tussen Spanje, Marokko en Algerije. Zij richten zich op het detecteren, volgen en rapporteren van bootjes met illegale migranten. Er moeten er echter toch heel wat aan land zijn gekomen want als je bijvoorbeeld tijdens de olijvenpluk in de provincie Jaén gaat kijken zien sommige dorpscentra werkelijk zwart van de kleurlingen.
In de Portugese Algarve kwam ik ze tegen, lachend en fotograferend duidelijk een dagje uit. Geslaagde bootvluchtelingen of gewoon toeristen? Ik hoop het eerste.

Zondag 11 Juli  -  Trieste aanvulling op bovenstaand bericht

dinsdag 30 maart 2010

Manenschaap (Ammotragus lervia)

Als je geluk hebt kun je hem tegenkomen langs de flanken van de Sierra Espuña in de Región de Murcia, het Manenschaap (Ammotragus lervia).


Het Manenschaap is een vrij stevig hoefdier met relatief korte poten en afkomstig uit Noord-Afrika, zijn nauwste verwant is de Arabische Thargeit (Arabitragus jayakari). De soort is in 1970 uitgezet in Spanje en heeft een voorkeur voor droge rotsachtige gebergten, het is een uitstekende klimmer.


Het Manenschaap wordt 130 tot 165 centimeter lang en heeft een schouderhoogte van 75 tot 110 cm. De ram wordt groter dan de ooi, met langere, dikkere manen en hoorns en een gewicht tussen de 100 en 150 kg. De ooien bereiken een lichaamsgewicht van 40 tot 70 kg. Het Manenschaap heeft een lang gezicht met kleine, slanke, puntige oren. De vacht is zandkleurig tot roodbruin van kleur, met een ietwat lichter gekleurde onderzijde. 's Winters is de vacht wollig, de zomervacht is dunner.


Overdag rusten ze in de schaduw van grotten, bomen of overhangende rotsen. In de vroege ochtend en in de late middag gaan ze op zoek naar voedsel in de dalen of op berghellingen. Het Manenschaap eet in de winter vooral droge grassen en korstmossen en in de zomer veel bergkruiden. Ze kunnen lange periodes zonder water, doordat ze veel water uit hun voedsel halen.


Het Manenschaap leeft, buiten de bronstijd, in kleine familiegroepjes van 10 tot 15 dieren. Rammen in aparte groepen van 4 of 5 dieren, oudere rammen leven voornamelijk solitair.


Na een draagtijd van 150 tot 165 dagen worden de jongen geboren tussen maart en mei, tweelingen komen regelmatig voor. Het vrouwtje zondert zich af van de rest van de kudde om te kunnen werpen. De lammeren blijven enkele dagen verscholen tussen de rotsen, alhoewel ze een paar uur na de geboorte al in staat zijn om hun moeder te volgen op steile rotshellingen. Na enkele dagen sluiten ze zich weer aan bij de kudde. De zoogtijd duurt zo'n zes maanden. Ooien zijn na achttien maanden geslachtsrijp.

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...