Posts tonen met het label Nederland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Nederland. Alle posts tonen

zondag 15 september 2013

Blauwe Reiger, Stand- en Trekvogel



De meeste Blauwe reigers (Ardea cinerea) zijn standvogels (paars op het kaartje); andere verlaten hun broedplaats en trekken naar streken met een milder klimaat. De Blauwe reigers die in het noorden de zomer doorbrengen (oker op het kaartje) trekken vaak al in de zomer langzaam in zuidelijke richting.

In Nederland en België trekt de Blauwe reiger door van half juli tot diep in de winter en in het voorjaar van begin maart tot in mei. Er zijn in Nederland en België vogels die overwinteren, maar er zijn er ook die wegtrekken. Strenge winters kunnen de populatie gevoelige klappen bezorgen.

Officieel is de Blauwe reiger in Spanje en Portugal een wintergast (blauwe plekken op het kaartje). Je ziet dan hele groepen in de lucht – voornamelijk jonge vogels – die hier komen overwinteren. Er zijn in Spanje slecht een paar streken waar de Blauwe reiger een standvogel is (de paarse plekken op het kaartje), maar je ziet hem toch het hele jaar door wel ergens staan of vliegen en soms op de meest rare plekken. Zoals bij een bergbeekje in de Pyreneeën op forellenjacht, of bij een kleine poel in en verder gortdroge omgeving. Sommige vogels trekken nog verder door, tot zelfs naar Zuid-Afrika. 


In de Marjal de Pego-Oliva zie je tijdens de trektijd soms grote groepen Blauwe reigers

De Blauwe reiger gedraagt zich in Spanje heel anders dan in Nederland of België. Vergeet het maar dat hij hier naast een visser gaat staan, om te wachten totdat hem een visje wordt toegeworpen. Uitermate schuw en op hun hoede zijn ze en ze gaan bij het minste of geringste op de wieken. De reiger heeft een matig snelle vlucht met langzame, zware en diepe vleugelslagen, maar soms wordt ook een kleine zweefvlucht uitgevoerd. De nek is hierbij S-vormig ingetrokken en de poten steken achter het lichaam uit.


Ze zoeken zijn hun eigen kostje wel bij elkaar, zoals deze jonge reiger die een rivierkreeft te pakken heeft.

Vissen van 10 tot 16 cm lengte vormen de hoofdschotel van het menu van de Blauwe reiger, zoals voorn in rietvelden, forellen in stromend water, maar ook stekelbaars, paling, baars, snoek, grondel, zeelt, alver, karper en brasem. Verder eet hij amfibieën, reptielen, insecten, wormen, rivierkreeften, slakken, steurgarnalen en jonge vogels. En ook wel kleine zoogdieren als mollen, ratten, veldmuizen, waterspitsmuizen en konijnen.


Er is iets mysterieus aan de blauwe reiger en als je zijn diepe, rauwe "schraatsj" in de vlucht hebt gehoord, weet je wat ik bedoel. 

Er is al veel geschreven over de gespannen verhouding tussen de blauwe reiger en de mens. Over de rivaliteit tussen de vogel en de beroepsvisser, over de vervelende gewoonte van de vogel om met zijn uitwerpselen de bomen wit te kalken, bladerloos te maken en de grond te besmeuren en over de stank van over de nestrand gevallen visresten. In vroeger tijden werden de kolonies makkelijk het doelwit van verstoring en stroperij. Reigers werden gegeten en vormden de Koninklijke prooien van de valkerij. Hendrik VIII van Engeland in hield in 1532 een feestmaal, waar 440 reigers werden geserveerd.

Ondanks dat de Blauwe reiger in Nederland een veel voorkomende vogel is loopt de populatie in sommige streken terug. Zo schrijft Sovon op  26 augustus jl.;  
Neergang Blauwe Reiger in Twente zet door
De afgelopen winters hebben sporen achtergelaten in de kolonies van de Blauwe Reiger. De terugval in 2009 bedroeg 18,5 %, in 2010 ongeveer 17 % en in 2011 was er een stabilisatie. In 2012 bedroeg de achteruitgang 14 % en dit jaar 15 %. De Twentse populatie is daarmee vergeleken met 2008 in vijf jaar tijd meer dan gehalveerd.

Onder normale omstandigheden kan de Blauwe reiger gemiddeld 25 jaar oud worden.

woensdag 6 maart 2013

Saharastof


Zijn we net klaar met het verwijderen van het groene stuifmeel van de pijnbomen en cipressen en er ligt al weer een nieuwe laag. Dit keer is het Saharastof wat meegekomen is met de regenbuien van de laatste dagen. Nog een geluk dat het daarna weer geregend heeft zonder het Saharastof, zodat het schoonmaken deze keer gelukkig meevalt. Alleen het zwembad is niet meer blauw maar bruin, de ramen zijn van ondoorzichtig glas en de auto’s moeten naar de wasstraat.

 (Foto) In midden Frankrijk zag ik eens een bui met Saharastof aankomen.

Voordat ik in Spanje woonde ben ik me er nooit van bewust geweest dat er ook in Nederland Saharastof naar beneden komt. Toch schijnt het al een eeuwenoud verschijnsel te zijn - het stond bekend als bloedregen of wonderregen - dat ontstaat doordat stof uit de Sahara met de regen op aarde terechtkomt. Tijdens stof- en zandstormen, die in het woestijngebied voorkomen, kan het stof tot kilometers hoogte in de atmosfeer komen. Wanneer de luchtstroming van zuid naar noord is gericht, kan het Saharastof zelfs tot boven Nederland en België of nog noordelijker komen. In de landen rond de Middellandse Zee komt het jammer genoeg herhaaldelijk voor.


zaterdag 11 augustus 2012

Valle de Aézcoa – Navarra


Een weg in de Aézcoa vallei met op de achtergrond de Pyreneeën. 


Voor wie rust zoekt

De vallei is 198,41 km2 groot, herbergt 9 dorpen met totaal 960 inwoners. De bevolkingsdichtheid bedraagt 4,84 inwoners per km² (2011). Nederland heeft er 403 per km² (2012) en België 360,6 per km² (2011)


donderdag 21 juni 2012

Duivels Toeval


Vogels en vliegtuigen gaan niet samen, dat is in de luchtvaart een bekend gegeven.


Maar juist nu heel natuurminnend Nederland in rep en roer is doordat er op dit moment duizenden ganzen rondom ‘Schiphol Airport Amsterdam’ gevangen en daarna vergast worden om zo toekomstige vogelbotsingen te vermijden en daarmee de vliegveiligheid te verhogen, gebeurt er dit: 


Je hoeft geen luchtvaartdeskundige te zijn om te begrijpen dat er heel wat mis had kunnen gaan, en dat dit incident niet erg meewerkt aan vliegveiligheid. Ondertussen zullen de luchtverkeersleiders wel weer een keer gaan staken voor betere loonvoorwaarden en worden de ganzen afgeslacht.


Vliegvelden werken als magneet voor veel vogels, en zij laten zich steeds moeilijker verdrijven. Afgezien van het vliegtuiglawaai vinden vogels op vliegvelden namelijk nog een oase van ruimte en rust waar geen roofdier of mens in de weg zit.

Hieronder enkele citaten uit PiepVandaag.nl 

De veiligheid rondom Schiphol is uiteraard van het grootste belang, maar er zijn veel maatregelen te nemen om de overlast door ganzen te beperken. Met name de keuze van de gewassen op de akkers rondom Schiphol kan van grote invloed zijn. Deze gronden, in bezit van de Staat of Schiphol, worden echter beplant met gewassen die een grote aantrekkingskracht op ganzen hebben.


Een Ooggetuige

“Niet alleen volwassen ganzen maar ook pulletjes worden door het dieren vernietigingbedrijf Duke Faunabeheer bij elkaar gedreven in vangkooien. Je ziet de enorme paniek bij de dieren. Omdat er rondom de kooi zwart landbouwplastic wordt gewikkeld is voor toeschouwers niet te zien dat ganzen zo dicht op elkaar zitten dat ze elkaar vrijwel dooddrukken alvorens de dieren de gaskar ingedreven worden. Daar worden ze een pijnlijke verstikkingsdood ingejaagd met het zeer traag werkende CO2gas.”


De keuze voor CO2 gas is dubieus, omdat Europa het gebruik van dit pijnlijke gas bij gewervelde dieren verbiedt. Helaas en om onduidelijke redenen wordt rondom Schiphol een uitzondering gemaakt.


Ganzenbescherming Nederland en vele andere deskundigen hebben staatssecretaris Atsma er bij herhaling op gewezen dat het massale doden van ganzen rondom Schiphol een grootscheepse intocht van gebiedsvreemde ganzen zal veroorzaken. Het zijn namelijk niet de residente ganzen die een gevaar voor vliegtuigen opleveren, maar juist de vogels die het terrein niet kennen en niet vertrouwd zijn met het luchtvaartverkeer.

Helaas is onder leiding van Atsma begonnen met het vergassen tot op 25 kilometer vanaf Schiphol in het Waterland bij Uitdam en Zuiderwoude, in strijd met de vergunning. Op deze wijze worden slachtingen aangericht in het hele waterrijke gebied benoorden en bezuiden Amsterdam.

Er zijn meer dan genoeg alternatieven beschikbaar die de legitimiteit van de ontheffing onderuit halen En de wijze waarop die gebruikt wordt ter discussie te stellen. Helaas wordt de discussie gebreideld door zwart landbouwplastic en het niet toelaten van de pers tijdens de vergassingen.

Meer informatie over dit treurige onderwerp via: PiepVandaag, GanzenbeschermingNederland en de Faunabescherming 

vrijdag 1 juni 2012

The House Crows at - De Huiskraaien van - Hoek van Holland


WANTED Dead Or Alive


............Oei!, volgens een Sovon- Vogelonderzoek Nederland -rapport is dit een levensgevaarlijke rakker. In het rapport staat o.a. te lezen dat de huiskraai (Corvus splendens) in de al gekoloniseerde landen als een plaag wordt beschouwd. 


Uit de praktijk zijn vele vormen van schade bekend, en aannemelijk is dat deze schade zich ook hier zal gaan voordoen.

Ze zijn schadelijk voor de natuur omdat hun menu onder andere bestaat uit andere vogels (inclusief eieren en kuikens), vleermuizen, hagedissen, kikkers, vissen en andere kleine dieren. Daarnaast zijn ze agressief tegenover onder meer roofvogels en uilen. Bovendien concurreren ze om voedsel en nestgelegenheid met andere vogelsoorten.

Ook veroorzaakt de huiskraai economische schade. Voor de landbouw is van belang dat ze zich onder meer tegoed doen aan maïs, fruit, kippen en eieren, dat ze het vee lastigvallen en soms zelfs pasgeboren kalveren, schapen en geiten doden.

De horeca en de handel kunnen eveneens schade verwachten: huiskraaien stelen voedsel bij eetgelegenheden en markstallen en bevuilen de terrassen. Bovendien verspreiden ze afval en beschadigen ze onder meer antennes en elektriciteitsdraden.

Daarnaast is er sprake van aantasting van het welzijn: grote slaapplaatsen met huiskraaien veroorzaken forse geluidsoverlast en de vogels bevuilen voertuigen, tuinen, gebouwen en stoepen. Ook staan de vogels erom bekend dat ze aanvallen uitvoeren op mensen, honden en katten en dat ze zich soms zelfs tegoed doen aan puppies.

Tot slot leveren huiskraaien ook volksgezondheidsrisico’s op: vastgesteld is dat ze zeker acht soorten dierlijke parasieten bij zich kunnen dragen en een reservoir vormen voor buikloopziekten, West Nile Virus, diverse veeziekten en mogelijk ook vogelgriep.


Als ik op een bankje zit aan de Koningin Emmaboulevard in Hoek van Holland en op de grond voor me de Huiskraaien zie zitten, overdenk ik het bovenstaande. Wat er in het rapport staat geldt eigenlijk voor de hele familie van Kraaiachtigen en dat ze pasgeboren kalveren, schapen en geiten doden en ze zich soms zelfs tegoed doen aan puppies lijkt me een broodje aap verhaal. Of het moeten dieren zijn die al voor dood in de wei liggen of zijn doodgereden. Daar komt bij dat de Huiskraai volledig van de mens afhankelijk zou zijn. 

Ik haal wat brood uit mijn busje en gooi dat op het trottoir, onmiddellijk komt er een kluwen meeuwen, zwarte kraaien, kauwtjes en ook de huiskraaien op het brood af. De meeuwen zijn het felst – vooral de kokmeeuw – en de kraaien het slimst, ze verzamelen meerdere stukjes brood in één keer. De huiskraai gedraagt zich zeker niet agressiever dan de zwarte kraai of de kauwtjes, nee ze blijven zelfs wat op de achtergrond. 


De Huiskraai is inheems in: India, Pakistan, Sri Lanka, Malediven en Laccadiven, Zuidwest-Thailand en de zuidelijke kuststreken van Iran. De huiskraai lijkt op de kauw, maar heeft een langere snavel en grijs/beige op de hals en buik. Bovendien is hij wat groter en forser. Het is een van de kraaiachtigen die zich graag ophoudt in havensteden, bij de kust, strand en zee. 

Zo is hij waarschijnlijk ook in Nederland gekomen: als verstekeling op een schip, vermoedelijk vanuit Egypte. De twee of drie Huiskraaien die in 1994 in Hoek van Holland verschenen, kwamen vanaf 1997 tot broeden. Het betrof het eerste broedgeval in Europa en tevens het eerste in een gematigd klimaat. In 2007 oversteeg het aantal Huiskraaien in Hoek van Holland voor het eerst de twintig. Het relatief strenge winterweer rond de jaarwisseling van 2008/09 lijkt niet voor een verhoogde sterfte te hebben gezorgd, want in februari 2009 werden er weer 25 bijeen gezien.

Nederland zou Nederland niet zijn als ook de huiskraai niet weer een strijd teweeg zou brengen tussen voor en tegenstanders.

Vangen van huiskraaien zinloze bezigheid Geplaatst op 9 februari 2010 15:00 door redactie Faunabescherming

De Faunabescherming heeft in een brief aan minister G. Verburg van LNV haar verbazing en bezorgdheid geuit omdat het ministerie voornemens is alle huiskraaien in Nederland te gaan vangen.
Er wordt ten onrechte van uitgegaan dat deze dieren gelijkgesteld kunnen worden met onder andere de tijgermug. De situatie met betrekking tot beide soorten is echter onvergelijkbaar. De tijgermug wordt als larve ons land ingevoerd in het water dat bij ingevoerde lucky bamboo zit bijgesloten. De huiskraaien hebben ons land bereikt door vrijwillig mee te liften met schepen. In die zin kan de komst van de huiskraai als een natuurlijke uitbreiding van hun leefgebied worden beschouwd. Ze zijn hier niet onvrijwillig naar toe gehaald en vervolgens opzettelijk losgelaten of per ongeluk ontsnapt, zoals dat bijvoorbeeld voor allerlei exotische watervogels en tuinplanten geldt die regelmatig in het buitengebied kunnen worden aangetroffen.

De huiskraaien hebben zich dus zelfstandig en vrijwillig hier gevestigd. Het uitbreiden van het leefgebied van een bepaalde diersoort door op allerlei drijvende voorwerpen zeestraten over te steken, is een natuurlijk verschijnsel dat overal ter wereld optreedt. Gezien de intensiteit van de scheepvaart over de hele wereld, betekent dat dus ook dat deze huiskraaien Nederland opnieuw op dezelfde manier zullen kunnen bereiken, als de nu aanwezige vogels worden weggevangen. Het wegvangen betekent geen “oplossing” als er al een probleem zou zijn. Ook daarom gaat de vergelijking met bijvoorbeeld de tijgermug mank. De tijgermug vormt een potentieel gevaar voor de volksgezondheid. De zeer kleine populatie huiskraaien leeft al tientallen jaren in Nederland zonder op enige manier daadwerkelijk schade of overlast te veroorzaken. Ze gedragen zich min of meer zoals zwarte kraaien, kauwen of roeken. Als gevolg van de concurrentie met deze inheemse kraaiachtigen is de kans dat zij zich op termijn explosief zullen vermeerderen dan ook nihil. In ieder geval is de situatie in ons land voor dit soort nieuwkomers totaal onvergelijkbaar met de situatie op afgelegen eilanden, waar de inheemse soorten niet gewend zijn aan predatoren.

De Faunabescherming verzoekt de minister met klem van dit voornemen af te zien en de kleine populatie huiskraaien met rust te laten.



Huiskraaien op de korrel Geplaatst op 18 december 2010 10:10 door webmaster

De huiskraaien in Hoek van Holland dienen uitgeroeid te worden. Dat vindt het Faunafonds, om haar mening gevraagd door toenmalig minister Gerda Verburg. Het Faunafonds bestaat vrijwel geheel uit boeren en jagers, die waarschijnlijk nog nooit eerder van huiskraaien gehoord hadden.

Huiskraai - slachtoffer van xenofobie?
Huiskraaien komen oorspronkelijk voor in India, maar blijken zich met behulp van schepen ook in andere delen van de wereld te kunnen vestigen. Basis voor dit advies is uitsluitend het rapport dat Sovon vorig jaar, ook op verzoek van Verburg, over de huiskraai heeft geproduceerd. Wie betaalt, bepaalt….

Daarin worden de problemen met huiskraaien in Australië en Egypte geschetst en de indruk gewekt, dat zich ook in ons land onvermijdelijke problemen zullen voordoen als niet nu wordt ingegrepen. Dat de huiskraai in Nederland niet in een lege niche terecht komt en moet concurreren met een heel stel andere kraaiachtigen en dat de soort zich op een voor hem natuurlijke manier over de wereld verspreidt en dus geen exoot genoemd kan worden, wordt in het Sovon rapport onvermeld gelaten.

Het Faunafonds erkent wel, dat schieten op huiskraaien in de omgeving van het Vispaleis niet geheel zonder risico’s is…. Meneer Bleker zal daar met z’n boerenwijsheid wel een oplossing voor weten.


dinsdag 29 mei 2012

Hertogin Hedwigepolder, Afspraak = Afspraak?

Op 21 december 2005 ondertekenden de toenmalige minister en staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat Karla Peijs en Melanie Schultz van Haegen – uit het kabinet Balkenende II, een kabinet bestaande uit het CDA, D'66 en de VVD - namens Nederland en toenmalig minister van Openbare werken, Energie, Leefmilieu en Natuur Kris Peeters namens Vlaanderen, na een lange periode van voorbereidende studies en onderhandelingen vier Scheldeverdragen. Één van die verdragen heeft betrekking op de Hertogin Hedwigepolder en de Prosperpolder.

Foto: Protestborden bij de ingang van de polder

De Hertogin Hedwigepolder is een ingepolderd deel van het Verdronken Land van Saeftinghe, een natuurgebied in Zeeuws-Vlaanderen, Nederland. Een klein gedeelte van de polder ligt op Belgisch grondgebied. De naam verwijst naar Hedwige de Ligne (1877-1938), Hertogin van Arenberg, echtgenote van Engelbert IX Hertog van Arenberg (1872-1949), een kleinzoon van Prosper Lodewijk van Arenberg. De oppervlakte van het Nederlandse deel bedraagt 2,99 km². De straten in de polder dragen de namen van de hertog en hertogin en hun drie kinderen (Engelbert, Erik en Lydia).

Foto: nu grazen er nog paarden in de polder

Het gebied was al voor de Tachtigjarige Oorlog bedijkt. Tijdens deze oorlog staken Nederlandse soldaten in 1584 om strategische redenen (inundatie) de laatste intact gebleven dijken door en verdween Saeftinghe onder water. In de 17e eeuw werd opnieuw begonnen met het bedijken, en in 1907 was de Hertogin Hedwigepolder het laatste op de zee veroverde gebied in de oosthoek van Zeeuws-Vlaanderen. De polder ligt naast de Prosperpolder die voor de helft Nederlands en voor de andere helft Belgisch is.

Foto: Het typisch Zeeuws-Vlaamse landschap, ook deze bomen moeten verdwijnen.

In een verdrag tussen Nederland en België over de verdieping van de vaargeul in de Westerschelde ten behoeve van de Antwerpse haven werd vastgelegd dat de polder weer bij het Verdronken Land van Saeftinghe aangesloten zou worden (door het doorsteken van de dijken) bij wijze van natuurcompensatie (meer ruimte voor de Westerschelde). Vanwege dezelfde reden zou in België het aangrenzende deel van de Prosperpolder ook worden heraangesloten bij het Verdronken Land.

Foto: Op de voorgrond Nederland, op de achtergrond de haven van Antwerpen

In Zeeland rees verzet tegen het idee een op de zee veroverd stuk land weer terug te geven. In 2008 werd door een commissie onder leiding van oud-minister Ed Nijpels bevestigd dat het onder water zetten van de polder de goedkoopste en meest effectieve manier is voor natuurcompensatie; in het verdrag is vastgelegd dat ontpoldering van de Hertogin Hedwigepolder volledig betaald wordt door Vlaanderen.

Foto: Een ijzeren gordijntje tussen NL en B, Links België en rechts Nederland

Gerda Verburg, minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, wees in april 2009 de ontpoldering af, omdat daar in Zeeland en in de Kamer veel verzet tegen was, en koos voor een nieuw buitendijks natuurgebied aan de oevers van de Westerschelde; aldus werd op 17 april 2009 door de ministerraad besloten.

Foto: België heeft haast, de weg is afgesloten en op het Belgisch gedeelte zijn de bomen reeds gekapt. In Nederland rijst verzet en is alles nog bij het oude gebleven

Op 19 augustus 2009 meldde de Volkskrant dat de Zeeuwse PvdA-Statenleden van mening verschillen met het kabinet en de lijn van de eigen partij inzake het verdiepen van de vaargeul. In oktober 2009 werd in een onderzoek door de Grontmij opnieuw bevestigd dat er geen reëel alternatief is voor ontpolderen. Bij verdrag is vastgelegd dat de werkzaamheden eind 2009 klaar zullen zijn, en de Antwerpse haven kondigde aan een schadeclaim te overwegen (geschatte jaarlijkse schade €70 miljoen) als dit niet nagekomen wordt. Op 9 oktober 2009 besloot het kabinet om toch maar te ontpolderen.

Foto: Niks open grenzen, België zit hier potdicht. Hoewel er toch mensen zijn die zich door het het hek weten te wurmen

 Op 16 juni 2011 werd echter bekendgemaakt dat de Nederlandse regering als alternatief de Welzingepolder en Schorerpolder, nabij Vlissingen, wil ontpolderen in plaats van de Hedwigepolder.

Op 13 oktober 2011 uitte de Europese Commissie in een kritische brief aan staatssecretaris Henk Bleker van Landbouw haar twijfels over de alternatieve plannen voor het onder water zetten van de Hedwigepolder. Volgens de EU zullen de alternatieve maatregelen niet tot een groot, ecologisch coherent gebied leiden zoals dat het geval zou zijn met de Hedwigepolder.

Op 19 april 2012 werd bekend dat de provincie Zeeland schoorvoetend akkoord ging met het onder water zetten van een deel van de Hedwigepolder en twee andere gebieden in de provincie. De PVV eiste instemming van de Zeeuwse bevolking middels een referendum voor zij akkoord zou gaan met (gedeeltelijke) ontpoldering. Provinciale Staten van Zeeland wilde echter geen referendum houden over ontpoldering of gedeeltelijke ontpoldering van de Hertogin Hedwigepolder. Nadat gebleken was dat het referendum niet doorging, trok de PVV iedere steun in en dreigde er een volledige patstelling rond de Hedwigepolder te ontstaan. Ook dreigt alsnog gehele ontpoldering van de Hedwigepolder, omdat dit nog de enige manier blijkt om veroordeling wegens niet-naleving van het internationaal verdragrecht te ontlopen. Vlaams minister-president Kris Peeters ("ons geduld is op") startte hiertoe immers de in het verdrag voorziene geschillenprocedure op. (Bron Wikipedia)

Ondertussen dreigt ook de Belgische eigenaar van de polder ”Gery De Cloedt” naar de rechter te stappen in het geval dat de polder onder water wordt gezet. Nederland hoeft volgens hem geen akkoord te hebben van Vlaanderen of Europa voor een natuurherstelplan. Nederland is volledig vrij in haar aanpak zolang ze kan aantonen dat een alternatief ecologisch verantwoord is.

Hoe het plan van de Hedwige-Prosperpolder als intergetijdengebied er uit komt te zien – indien het doorgaat – Kun je hier zien, het Hedwige-Prosperproject

31-05-2012 - De Europese Commissie begint een juridische procedure tegen Nederland omdat de regering de Hedwigepolder nog altijd niet onder water heeft gezet, meldt de NOS vanochtend. Vlaanderen kondigde eerder al aan een geschillenprocedure te starten om Nederland aan haar afspraak te houden.
Nederland heeft twee maanden de tijd om de huidige situatie te verklaren tegenover de Europese Commissie. Als er geen bevredigende uitleg komt, kan de Commissie naar de rechter stappen. Nederland kan dan een miljoenenboete krijgen opgelegd.




Teletekst Vrijdag 21 December 2012

maandag 21 mei 2012

Jaws in de Polder


Je staat uit te kijken over het water in de sluizen van de Brouwersdam, dicht bij Scharendijke. Je denkt wat leuk er zitten zeehondjes, totdat een Grijze zeehond vlak voor je neus opduikt.

Pas dan besef je dat de Grijze zeehond of Kegelrob (Halichoerus grypus) een zeeroofdier is.


Het is na de Gewone zeehond de meest algemene zeehond in de Nederlandse wateren. De dieren zijn van andere zeehonden te onderscheiden door hun rechte snuit. De soortnaam grypus betekent dan ook "haakneus". Grijze zeehonden zijn over het algemeen ook een stuk groter dan gewone zeehonden, en de grootste soort uit de onderfamilie Phocidae. Het is de enige soort uit het geslacht Halichoerus, wat letterlijk "zeezwijn" betekent.

Meer informatie over de Grijze zeehond vind je op Wikipedia 

donderdag 12 april 2012

Avondrood


Bij het laatste avondrood vaart een konvooi schepen de Nieuwe Waterweg af. Waarom er zoveel schepen, vlak voordat het donker wordt, de haven uitvaren is onduidelijk. Misschien sparen ze een dag havengeld uit of is het gewoon toeval. Als je niet zo vaak in Nederland komt, wekt het wel de indruk dat daar tegenwoordig alles in file gaat of staat.

zaterdag 31 december 2011

Met dank aan Willem Bil



De geoogste rijstvelden in de Marjal de Pego-Oliva zijn rommelig en nat. Door de - tot nu toe - warme winter zijn er veel muggenlarven en andere insecten. Honderden water en zangvogels – waaronder veel trekvogels - kunnen er voedsel vinden. Er zijn ook veel karpers en rivierkreeften achtergebleven op de velden. Soms, als een bruine kiekendief het riet afstruint, zie je tientallen kleine zilverreigers en koereigers de lucht in gaan om iets verder weer neer te strijken. Op de droge stukjes van de natte velden zie je witte en gele kwikstaarten, gras en waterpiepers, rietgorzen, rood en blauwborsten. Soms zie je in een flits een ijsvogel voorbij spurten. Hoog in de lucht staat een dwergarend en later op de dag zal ik nog een visarend zien die op een onbereikbare mast zit te foerageren. Tussen het riet verschuilen zich waterhoentjes, waterrallen en purperkoeten. In de bomen zitten torenvalken en hele kolonies tetterende spreeuwen. Als je naar de vogels kijkt zie je dat ze regelmatig een blik op de lucht werpen, beducht voor de roofvogels die constant patrouilleren en soms meedogenloos toeslaan. Ja, er is in deze tijd van het jaar veel te zien in de Marjal.    




De Blauwborst (Luscinia svecica) is een leuk vogeltje die je alleen maar in de winter in de Marjal de Pego-Oliva ziet en dan natuurlijk in zijn winterjas, ik heb hem zelfs nog nooit in de spetterende kleuren van zijn zomers pak gezien iets wat ik wel jammer vind. Ik richt me deze dag dan ook zoveel mogelijk op de blauwborst want straks is hij weer weg. Daar komt bij dat het gelukkig een beetje bewolkt is waardoor de foto’s niet van die harde contrasten hebben.



Als ik thuis kom en 's avonds de foto’s bekijk zie ik dat er foto van een blauwborst met een ringetje bij zit. Ik probeer het ringetje te ontcijferen maar dat is nog een hele klus. HEM – LLAND - 008 kan ik uiteindelijk lezen. LLAND zouden ze in Nederland, HOLLAND op de ring zetten? Ik weet het niet en na op internet een vogelringstation te hebben opgezocht kom ik terecht bij Vogelringstation (VRS) Menork in Lippenhuizen, Friesland . Een schot in de roos want daar is de zeer behulpzame Willem Bil - ringer 441 - aan verbonden die me anderhalve dag later laat weten dat de blauwborst afgelopen september is geringd in Nationaal Park de Groote Peel op de grens van Brabant en Limburg. Lees het hele verhaal op de site van Vogelringstation Menork.   Dank je, Willem!



dinsdag 6 september 2011

Grauwe gors (Miliaria calandra)


Nooit, maar dan ook nooit zal de Grauwe gors met zijn zang een talentenjacht winnen. Hij doet weliswaar zijn uiterste best en gaat er helemaal voor, maar het klinkt nergens naar. Tenminste voor mij dan, op de site van Aviflevoland kun je zijn zang horen, misschien vinden jullie het wel mooi.

  
Zelf vind hij het in ieder geval wel geweldig want hij gaat goed in het zicht zitten zingen, terwijl andere vogels die wel prachtig zingen - zoals de Nachtegaal – zich verbergen in het bladerdak.

Maar dat duidelijk in het zicht zitten zingen heeft ook een andere reden. De Grauwe gors is een polygame soort en paart met meerdere vrouwtjes, ze zetten hun zang voort om hun territorium tegen indringende mannetjes te verdedigen en dat lukt natuurlijk nooit met een prachtige welkomstlied.

In Spanje is het een vrij algemene broedvogel, in Nederland echter is de Grauwe gors zeldzaam geworden. In 1997 waren er ongeveer 130 broedparen, dit aantal is waarschijnlijk jaarlijks met ca. 5% afgenomen. Tegenwoordig broedt de Grauwe gors op een enkele uitzondering na in Nederland alleen nog in Limburg en Zeeuws-Vlaanderen.  In Vlaanderen waren er in 2005 rond de 150 broedparen. De Grauwe gors staat daardoor als ernstig bedreigd op de Nederlandse rode lijst en als bedreigd op de Vlaamse rode lijst. Beide seksen hebben hetzelfde verenkleed, maar de mannetjes zijn ongeveer 20% groter dan de vrouwtjes.

donderdag 16 juni 2011

Graszanger - Zitting Cisticola

De Graszanger (Cisticola juncidis) vliegt vaak, in zigzaggende vlucht, een eindje met je mee. Onderwijl een gezang producerend wat nog het meest op het geluid van een herhaald knippende schaar lijkt. 

De Graszanger is een insecteneter met een lengte van ca. 10 cm en een gewicht van 8 tot 12 gram. Hij komt voor in Zuid-Europa, Noord-Afrika en in Zuid-Azië tot aan Noord-Australië in moerassen, vochtige graslanden, maar ook in korenvelden en op steppen. De Graszanger is geen trekvogel, maar blijft het hele jaar in hetzelfde gebied.

Typerend aan de Graszanger is, dat als hij zingt, je ziet dat de vogel een zwart keelgat heeft. Ik heb hem de bijnaam het “dropvogeltje” gegeven, omdat hij door dat zwarte bekkie sprekend lijkt op een kind met een dropmond. Of je die dropmonden in Nederland nog ziet weet ik niet, in mijn jeugd had je dropveters en die gaven een prima resultaat.


De graszanger heette vroeger Waaierstaartrietzanger. In Nederland komt hij voornamelijk voor in Zeeuws-Vlaanderen. Het is een zeer wintergevoelige soort die massaal het loodje legt bij langdurige vrieskou. Zijn de winters een aantal jaren mild dan rukken ze vanuit hun normale leefgebied in Zuid-Europa op naar het noorden en kunnen dan ook Nederland bereiken.

dinsdag 16 november 2010

Zwarte Ooievaar - Black Stork


De Zwarte ooievaar (Ciconia nigra)
is in tegenstelling tot de gewone Ooievaar een vrij schuwe vogel die zich, behalve tijdens de trek, zelden buiten het bos of het moeras laat zien. In de vlucht is hij net zo meesterlijk als de Ooievaar, maar vormt zelden grote groepen.


De Zwarte ooievaar 
is een grote vogel met een lengte van 100 tot 120 cm., een spanwijdte van 180 tot 220 cm., en een gewicht tussen de 2,5 en 4,5 kg. De Zwarte ooievaar onderscheidt zich van de gewone Ooievaar door het grotendeels zwarte verenkleed, de rode poten en snavel en de roodomrande ogen. Net als de Ooievaar roept de Zwarte ooievaar zelden.


De Zwarte ooievaar bouwt een groot, goed verborgen, nest van takken in een boom of op een rotsrichel. Hij broedt niet op gebouwen, zoals de Ooievaar. Het legsel bestaat uit 3 tot 5 eieren en jongen vliegen na 35 dagen uit. Doordat ieder jaar het zelfde nest wordt gebruikt kan dit in de loop van de jaren erg groot worden.


Het broedgebied bevindt zich in de uitgestrekte bos- en moerasgebieden van met name Oost-Europa. Maar ook in Spanje en Portugal zijn broedkolonies, veel van deze Zwarte ooievaars blijven ook tijdens de winter op het Iberisch schiereiland.






De juveniele vogels 
hebben nog niet de roodgekleurde snavel en poten zoals de adulte vogels en zijn in plaats van zwart, vaalbruin. Ook hebben ze nog weinig glansveren en door hun onervarenheid zijn ze vaak minder schuw. 


Het voedsel 
bestaat voornamelijk uit vis maar ook eten ze amfibieën en kleine zoogdieren, die gevangen worden in vochtige weiden, moerassen of ondiep water.

De soort komt voor van Europa tot Zuid-Afrika. In de Belgische Ardennen is de Zwarte ooievaar een broedvogel. Nederland ligt aan de noordwestelijke rand van het natuurlijk verspreidingsgebied en heeft in het verleden Zwarte ooievaars gehad. Door het verlies van ooibossen langs de rivieren is daar echter een eind aangekomen. Thans is de Zwarte ooievaar in Nederland geen broedvogel meer, maar in het rivierengebied is hij nog wel een schaarse maar regelmatige gast, die bovendien steeds vaker wordt  waargenomen. 
 
Men hoopt dat door natuurontwikkeling in projecten als de Gelderse poort een geschikt biotoop ontstaat. Omdat de Zwarte ooievaar met name in Polen, bijvoorbeeld in de nationale parken van de Biebrza en Bialowieza in aantal toeneemt, is er een kans dat deze soort in Nederland als broedvogel zal terugkeren.
Zwarte ooievaars zijn trekvogels die grote afstanden kunnen afleggen. In Zuid-Afrika worden zij vaak tezamen met de wat kleinere, ook grotendeels zwarte, Abdims ooievaar aangetroffen.

Tijdens de trek 
kan worden waargenomen dat hij in spiralen hoogte wint om bergketens te passeren, zoals de Pyreneeën, als hij op weg is naar het zuiden of het noorden.
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...