Posts tonen met het label Monfragüe. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Monfragüe. Alle posts tonen

vrijdag 19 februari 2010

Vale Gier

O,o !!! Wat vond ik ze lelijk toen ik ze voor de eerste keer zag.
Maar dat is veranderd, echt mooi vind ik ze nog steeds niet. Maar lelijk kan ik ze ook niet meer noemen. Wat me erg aanspreekt van gieren is dat het niet van die vroege vogels zijn, m.a.w. je hoeft niet voor dag en dauw op te staan om ze te zien. Nee, je kunt eerst koffie drinken en een krantje lezen en dan nog kom je niet te laat. Nadeel is dat de zon dan al behoorlijk fel is en ze in die felle lucht moeilijk te fotograferen zijn.
Pas rond een uur of 10 (afhankelijk van het seizoen), als de zon goed doorkomt en er enige thermiek in de lucht ontstaat, kiezen ze het luchtruim. Voor die tijd zitten ze op de rotsen, zich in de eerste zonnestralen, te verwarmen. Zo nu en dan slaan ze hun machtige vleugels uit om te kijken of er al warme luchtstromingen zijn waarmee ze, zonder al te veel energie te verbruiken, kunnen opstijgen. Met de enorme vleugels legt de gier grote afstanden af, en hoewel de vogels meestal zweven en ze langzaam lijken te vliegen kunnen ze een snelheid bereiken van meer dan 70 kilometer per uur, en honderden kilometers per dag afleggen.
Een volwassen gier is circa 1 meter lang, gemeten van kop tot staart. De vleugelspanwijdte is circa 2,30 tot 2,80 meter, het is hiermee een van de grootste vogels ter wereld. Het gewicht van een volwassen exemplaar bedraagt ongeveer 7 tot meer dan 11 kilo.
De Vale gier (Gyps fulvus) is zandkleurig tot donkerbruin van kleur, de kop en de hals zijn vaalwit, evenals de kraag tussen hals en lichaam. De slagpennen en de staartveren zijn donkerder tot zwart. Jonge exemplaren hebben een bruine kraag en zijn donkerder van kleur. De vleugels zijn lang en breed, de vleugelpennen doen in vlucht enigszins denken aan vingers. De poten zijn relatief kort.
De Vale gier komt voor in Zuidoost-Azië, delen van noordelijk Afrika, het Arabisch Schiereiland en zuidelijk Europa. In Europa komt de soort vrij algemeen voor in Spanje, onder andere in de Pyreneeën, Monfragüe en Cabañeros. In Portugal en Frankrijk zijn eveneens enkele populaties, maar beduidend kleiner dan die van Spanje. In de provincie Alicante kun je hem vinden in de Sierra de Mariola. Zijn habitat bestaat uit bergachtige gebieden in kale, dorre streken zonder veel bomen, de gier rust en broedt langs steile rotsen.
De Vale gier behoort tot de roofvogels maar is een aaseter die al vliegend zoekt naar karkassen van dieren als schapen. Deze worden opgespoord met het uitstekende gezichtsvermogen. Met name de zachtere delen worden gegeten, zoals de spieren en de ingewanden. Met zijn dunbevederde lange nek kan de gier zijn kop relatief ver in een kadaver steken zonder dat veren beschadigen of vuil worden. Vale gieren foerageren in groepen, waarbij de dieren elkaar goed in de gaten houden. Als één gier voedsel vindt, vliegt de rest mee naar beneden. Op zijn zoektocht naar voedsel vliegt de Vale Gier gemiddeld 8 uur per dag.
Tijdens de maaltijd worden door de dominantste gier luid sissende geluiden gemaakt, de andere gieren reageren hierop met grommende geluiden. De gier kan zelf overigens geen kadavers openscheuren, en moet bij een 'vers' kadaver wachten op andere dieren, zoals de Monniksgier, die het karkas aanvreten. Zoals wel meer aaseters valt de Vale gier zo af en toe ook levende schapen aan, dit betreft meestal sterk verzwakte of heel jonge exemplaren. Ook de placenta's van pasgeboren dieren en door jagers afgeschoten wild worden door de gieren als ze de kans krijgen direct belaagd.
Doordat in zuidelijk Europa sinds januari 2007 veehouders ingevolge EU-richtlijnen geen karkassen meer mogen laten liggen op hun landerijen (in verband met de gekke-koeienziekte) heeft de gier meer moeite om voedsel te vinden zodat vaker levende dieren worden aangevallen, echter nooit gezonde exemplaren. Een ander gevolg hiervan is dat de vogel verder trekt op zoek naar voedsel, waardoor de soort ook in noordelijker streken is gesignaleerd, dit is de reden dat de vogel tot in Nederland en België voorkomt als dwaalgast.
De Vale gier legt in de regel maar één ei per jaar, het ei wordt door beide ouders uitgebroed en het jong blijft tot een half jaar in het nest. Een broedpaar is monogaam en blijft het hele leven bij elkaar.
De Vale gier gebruikt voor het maken van zijn nest o.a. pijnboom-takken.

De Vale gier is een sociale soort; de vogel broedt in kolonies en zoekt voedsel in groepen. De nesten liggen minstens twee meter van elkaar en worden door de ouders fel verdedigd. Het duurt 7 of 8 jaar voordat de jongen volwassen zijn en zelf paren.
In gevangenschap kan de Vale gier een leeftijd bereiken tot 40 jaar.

zaterdag 30 januari 2010

Spaanse Mus

De ca.15 cm grote Spaanse Mus (Passer hispaniolensis) is vrij zeldzaam in Spanje en Portugal, in Oost-Europa is hij algemener. Zijn status is stabiel. 
Spaanse Mus in winterkleed

De Spaanse Mus is een standvogel maar sommige Oost-Europese populaties trekken in dichte groepen naar het Midden-Oosten en Afrika. Hij is te vinden in de buurt van mensen, maar in veel mindere mate dan de Huismus (Passer domesticus). Hij geeft de voorkeur aan bomen en struiken, vaak wilgenbosjes, kenmerkend bij meren en moerassen. De Spaanse Mus maakt zijn nest in een boom of gebruikt de verlaten nesten van roofvogels en Ooievaars.
Huismus

Het mannetje van de Spaanse Mus heeft een chocoladebruine muts met een witte streep boven de ogen. Zijn keel en borst zijn zwart gevlekt en de snavel is zwaarder dan die van de huismus. Zijn wangen zijn wit en er zijn lichte strepen op de donkere rug. De kleur van het vrouwtje is lichter en meer uniform grijsbruin, met een gestreepte flank en donkere vleugels. Ze zijn zeer moeilijk van de vrouwtjes Huismus te onderscheiden.
Spaanse Mus in Zomerkleed

De Spaanse Mus is een omnivoor, groepen eten insecten en knoppen in struiken en verzamelen zich om op de akkers te foerageren. Meer Vogels

zaterdag 23 januari 2010

Parque Nacional de Monfragüe, een roofvogelparadijs

Het gebied dat door de Romeinen “Mons Fragorum” werd genoemd, wordt een natuurpark op 4 april 1979 op voordracht van de autonome regering van Extremadura en op 2 maart 2007 verschijnt in het Spaanse staatsblad het besluit, dat het van natuur park zal worden gepromoveerd tot een nationaal park. Het Nationaal Park “Monfragüe” is hiermee één van de 14 nationale parken van Spanje. Het park bevindt zich in de provincie Cáceres, en het is het eerste nationale park van de autonome regio Extremadura. Het natuur park is sinds 1991 een reservaat voor de bescherming van vogels (ZEPA) en vanaf 2003 is het een reservaat voor de biosfeer van de Unesco.
Het park heeft een oppervlakte van 18.396 ha. Met een beschermde zone eromheen van 116.160 ha., 42% hiervan is openbaar terrein en 58% is in privé bezit. Het hoogteverschil gaat van 250 tot 795 meter. Het park ligt in 14 gemeenten te weten; Casas de Millán, Casas de Miravete, Casatejada, Deleitosa, Higuera, Jaraicejo, Malpartida de Plasencia, Mirabel, Romangordo, Saucedilla, Serradilla, Serrejón, Toril en Torrejón el Rubio.
Bij deze rotspartij vind je de Zwarte Ooievaar, Zwarte Wouw en Aasgier

De roofvogels die in het park voorkomen zijn o.a. de Monniksgier, Vale Gier, Aasgier, Spaanse Keizerarend, Oehoe, Steenarend, Havikarend, Grijze Wouw, Zwarte en Rode Wouw, Koningsarend, Slechtvalk, Havik, Sperwer, Bosuil, Dwergarend, Slangenarend en Steenuil. In de dorpen vind je de Kleine Torenvalk en de Kerkuil.
Rotspartij “Salto del Gitano”, bekend van de vele gieren die er op huizen.

Verder zijn er nog  in het park de Zwarte en Witte Ooievaar  en ook in de omliggende bergen en dehesas is er een keur aan vogels te vinden zoals Koolmees, Pimpelmees, Staartmees, Zwartkop, Kleine Zwartkop, Baardgrasmus, Braamsluiper, Rüppells Grasmus, Hop, Bijeneter, Grijze Gors, Vink, Blauwe Ekster, Roodstuitzwaluw, Kuifleeuwerik, Zwarte spreeuw, Moorse Nachtzwaluw, Kwartel, Kaffergierzwaluw, Appelvink, Baardgrasmus, Blauwe Rotslijster, Rode Patrijs, Alpengierzwaluw, Spaanse mus, etc.
Zoogdieren die voorkomen in het park zijn o.a. de Iberische lynx, Europese Das, Otter, Egyptische Mangoest, Edelhert , Steenmarter, Genetkat, Vos en Konijn.
Sinds de oudheid zijn er mensen aanwezig in Monfragüe. De heuvels en bergen gaven genoeg plaatsen waar men bescherming kon zoeken terwijl de overvloedige plantengroei en de aanwezige grote rivieren voldoende voedsel gaven. Een bewijs van de menselijke aanwezigheid kan men vinden in de grot op de helling naar het kasteel, er zijn hier een aantal rotsschilderingen aanwezig. De pre-Romeinse stammen, Iberiërs en Kelten, bouwden hun versterkte forten en nederzettingen op de toppen van de heuvels. Zij maakten gebruik van de natuurlijke hulpbronnen en zij wijzigden weinig aan de omgeving. Bestaande overblijfselen uit deze periode kan men vinden in Miravete en mogelijk ook in Cerro Gimio in het gebied rond het kasteel.
Met de Romeinen kwam de landbouw en de veeteelt aan in de streek. Onder hun overheersing bouwde men defensieve versterkingen op de heuveltoppen en de gewone dorpen kwamen op de vlaktes. In de omgeving van het park bouwden zij hun eerste stadjes: Serradilla, Malpartida de Plasencia, las Corchuelas en nog enkele andere. Het verwijderen van bestaande plantengroei om aanplantingen mogelijk te maken zijn hun belangrijkste veranderingen in het landschap.
De verovering door de Arabieren in de achtste eeuw bracht nauwelijks een verandering aan in de natuurlijke omgeving maar er was een grote historische verandering in het huidige park door de bouw van het kasteel van Monfragüe in 811.
De muren van het kasteel

De Christelijke herovering van het kasteel werd tot stand gebracht door de Portugese verzetsstrijder Giraldo-Simpavor in 1169, maar het zal tot in 1180 duren voor er een definitieve herovering komt door Alfonso VIII. In 1450 liet de bisschop van Plasencia de Brug van de Kardinaal bouwen. Het doel van de brug was de stad te verenigen met Trujillo en Jaraicejo. Kroniekschrijvers zeggen dat de bouw van de brug 30.000 gouden munten heeft gekost, een getal dat gelijk zou zijn aan het aantal gebruikte stenen. De brug was de enige stabiele verbinding tussen Toledo en Alcántara, en daardoor verscheen er een leger van rovers en bandieten uit Puerto de la Serrana. Deze rovers hinderden de voorbijgangers en de reizigers enorm. Om deze verbinding te verdedigen stichtte koning Carlos III in 1784 het dorp Villarreal de San Carlos en men bouwde er een kerk, een parochiehuis, een kazerne voor de militie en enkele huizen van particulieren.
Traditionele hut

In de jaren 1960-70 waren er in Monfragüe twee gebeurtenissen die de omgeving van het huidige park meer veranderden dan alle voorgaande eeuwen samen. De bouw van de stuwdammen van Torrejón y Alcántara, met de verdwijning van alle door de rivier bevloeid gebied. De aanplanting van grote aantallen eucalyptus en dennenbomen op de heuvels en hellingen, die de oorspronkelijke vegetatie lieten verdwijnen.Uiteindelijk werd na vele discussies het gebied een natuurpark en is men momenteel bezig om de oorspronkelijke vegetatie te herstellen.
Dehesas
Plattegrond van het park  Meer foto's op; España - Monfragüe  Meer informatie op; Monfragüe Natuurpark, Extremadura, Spanje
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...