Posts tonen met het label Monniksgier. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Monniksgier. Alle posts tonen

woensdag 29 december 2010

Bruine Kiekendief - Marsh Harrier, de jager boven het riet




Nog een paar dagen en dan is 2010, en daarmee tegelijkertijd het jaar van de Bruine kiekendief (Circus aeruginosus), voorbij. SOVON Vogelonderzoek Nederland en de Vogelbescherming hebben, ondersteund door de Werkgroep Roofvogels in 2010 de Bruine kiekendief centraal gesteld. De bedoeling was om met de hulp van enthousiaste vrijwilligers meer over deze roofvogel te weten te komen. In 2011 is er in Nederland een soortgelijke actie met de Boerenzwaluw. In Spanje stond in 2010 de Monniksgier in het middelpunt.
De Bruine kiekendief is een actieve roofvogel, zit de Buizerd rustig op een paaltje te wachten totdat hij een prooi voorbij ziet komen. De Bruine kiekendief vliegt - vrijwel onafgebroken - de gehele dag onvermoeibaar over moerassen en rietvelden, maar ook boven akkers en weilanden, op zoek naar prooi. Met de voor kiekendieven kenmerkende houding: een golvende vliegbeweging, met de vleugels in een ondiepe V-vorm.

Kiekendieven hebben een actieve manier van jagen, waarbij ze laag boven de grond hun jachtgebied afzoeken op een kenmerkende manier, met veel draaien, schommelen, kort bidden en soms razendsnelle uitvallen. Ze kunnen zo jagen omdat kiekendieven een groot vleugeloppervlakte hebben ten opzichte van hun gewicht. De Bruine kiekendief hanteert een rustiger jachtvlucht dan de blauwe en de grauwe. Hij jaagt veel dichter bij het nest dan deze soorten en zoekt zijn jachtgebied ook grondiger af.


Bruine kiekendieven komen in de zomer in bijna geheel Europa voor, met uitzondering van Ierland, Scandinavië en het grootste deel van het Verenigd Koninkrijk. In een aantal landen van Europa zijn ze het hele jaar te vinden.


Een volwassen exemplaar is circa 55 centimeter groot, heeft een spanwijdte van circa 120 centimeter en een gewicht tot 800 gram. Zijn status is stabiel.


De Bruine kiekendief eet allerlei watervogels, zangvogels, muizen, mollen, jonge konijnen, eendenkuikens maar ook kikkers.


De kiekendief is bepaald niet monogaam. Elk jaar kiest het vrouwtje een nieuwe partner. Succesvolle mannetjes slagen er soms in om meerdere vrouwtjes erop na te houden. Voordat het mannetje geaccepteerd wordt moet hij eerst een test doorstaan: als hij niet snel genoeg een prooi kan aanreiken, wordt hij ingeruild voor een volgende kandidaat.

Kiekendieven nestelen op de grond en dat maakt ze nogal kwetsbaar voor rovers. Het vrouwtje bouwt een omvangrijk nest van riet en twijgen in rietvelden, op de grond of boven ondiep water. Een normaal legsel bestaat uit 4-5 eieren maar 8 eieren komt ook voor. Ze worden in door het vrouwtje in 31 tot 38 dagen uitgebroed. De jongen verlaten het nest na 35 tot 40 dagen en worden dan nog circa 3 weken gevoerd. De jongste sterven vaak door voedselgebrek en veel legsels vallen ten prooi aan hoog water of bijvoorbeeld vossen en loslopende honden.
De Bruine kiekendief is een harde werker die ik bijvoorbeeld nog nooit voor een makkelijk hapje op een vuilnisbelt heb gezien.

dinsdag 15 juni 2010

Niet de Lammergier

Het is nog maar een maandje geleden en de toppen van de meeste bergen in de Pyreneeën waren nog behoorlijk besneeuwd.
Toen ik hoog in de lucht een grote roofvogel ontwaarde die door de stevige wind behoorlijk snel door het luchtruim kliefde en in een mum van tijd weer was verdwenen. De Lammergier schoot het door me heen, eindelijk heb ik hem in levende lijve gezien. Toen ik ’s avonds de foto’s bekeek viel het tegen, het was niet de Lammergier maar de Monniksgier (Aegypius monachus) die ik had gefotografeerd. Gek dat ik dat niet had gezien want ik ben toch heel wat Monniksgieren tegengekomen, in met name het nationaal park Cabañeros in Ciudad Real. Vermoedelijk kwam dit omdat deze duidelijk van A naar B vloog en ik ze normaal altijd op thermiek heb zien cirkelen op zoek naar prooi.
Raar ook dat het me tegenviel want deze grootste, zwaarste en meest rechthoekige roofvogel van Europa is toch ook mooi, de meeste mensen zullen hem helaas nooit in de vrije natuur mogen aanschouwen.                                                                                De Monniksgier is in Spanje uitgeroepen tot de vogel van het jaar 2010

vrijdag 19 februari 2010

Vale Gier

O,o !!! Wat vond ik ze lelijk toen ik ze voor de eerste keer zag.
Maar dat is veranderd, echt mooi vind ik ze nog steeds niet. Maar lelijk kan ik ze ook niet meer noemen. Wat me erg aanspreekt van gieren is dat het niet van die vroege vogels zijn, m.a.w. je hoeft niet voor dag en dauw op te staan om ze te zien. Nee, je kunt eerst koffie drinken en een krantje lezen en dan nog kom je niet te laat. Nadeel is dat de zon dan al behoorlijk fel is en ze in die felle lucht moeilijk te fotograferen zijn.
Pas rond een uur of 10 (afhankelijk van het seizoen), als de zon goed doorkomt en er enige thermiek in de lucht ontstaat, kiezen ze het luchtruim. Voor die tijd zitten ze op de rotsen, zich in de eerste zonnestralen, te verwarmen. Zo nu en dan slaan ze hun machtige vleugels uit om te kijken of er al warme luchtstromingen zijn waarmee ze, zonder al te veel energie te verbruiken, kunnen opstijgen. Met de enorme vleugels legt de gier grote afstanden af, en hoewel de vogels meestal zweven en ze langzaam lijken te vliegen kunnen ze een snelheid bereiken van meer dan 70 kilometer per uur, en honderden kilometers per dag afleggen.
Een volwassen gier is circa 1 meter lang, gemeten van kop tot staart. De vleugelspanwijdte is circa 2,30 tot 2,80 meter, het is hiermee een van de grootste vogels ter wereld. Het gewicht van een volwassen exemplaar bedraagt ongeveer 7 tot meer dan 11 kilo.
De Vale gier (Gyps fulvus) is zandkleurig tot donkerbruin van kleur, de kop en de hals zijn vaalwit, evenals de kraag tussen hals en lichaam. De slagpennen en de staartveren zijn donkerder tot zwart. Jonge exemplaren hebben een bruine kraag en zijn donkerder van kleur. De vleugels zijn lang en breed, de vleugelpennen doen in vlucht enigszins denken aan vingers. De poten zijn relatief kort.
De Vale gier komt voor in Zuidoost-Azië, delen van noordelijk Afrika, het Arabisch Schiereiland en zuidelijk Europa. In Europa komt de soort vrij algemeen voor in Spanje, onder andere in de Pyreneeën, Monfragüe en Cabañeros. In Portugal en Frankrijk zijn eveneens enkele populaties, maar beduidend kleiner dan die van Spanje. In de provincie Alicante kun je hem vinden in de Sierra de Mariola. Zijn habitat bestaat uit bergachtige gebieden in kale, dorre streken zonder veel bomen, de gier rust en broedt langs steile rotsen.
De Vale gier behoort tot de roofvogels maar is een aaseter die al vliegend zoekt naar karkassen van dieren als schapen. Deze worden opgespoord met het uitstekende gezichtsvermogen. Met name de zachtere delen worden gegeten, zoals de spieren en de ingewanden. Met zijn dunbevederde lange nek kan de gier zijn kop relatief ver in een kadaver steken zonder dat veren beschadigen of vuil worden. Vale gieren foerageren in groepen, waarbij de dieren elkaar goed in de gaten houden. Als één gier voedsel vindt, vliegt de rest mee naar beneden. Op zijn zoektocht naar voedsel vliegt de Vale Gier gemiddeld 8 uur per dag.
Tijdens de maaltijd worden door de dominantste gier luid sissende geluiden gemaakt, de andere gieren reageren hierop met grommende geluiden. De gier kan zelf overigens geen kadavers openscheuren, en moet bij een 'vers' kadaver wachten op andere dieren, zoals de Monniksgier, die het karkas aanvreten. Zoals wel meer aaseters valt de Vale gier zo af en toe ook levende schapen aan, dit betreft meestal sterk verzwakte of heel jonge exemplaren. Ook de placenta's van pasgeboren dieren en door jagers afgeschoten wild worden door de gieren als ze de kans krijgen direct belaagd.
Doordat in zuidelijk Europa sinds januari 2007 veehouders ingevolge EU-richtlijnen geen karkassen meer mogen laten liggen op hun landerijen (in verband met de gekke-koeienziekte) heeft de gier meer moeite om voedsel te vinden zodat vaker levende dieren worden aangevallen, echter nooit gezonde exemplaren. Een ander gevolg hiervan is dat de vogel verder trekt op zoek naar voedsel, waardoor de soort ook in noordelijker streken is gesignaleerd, dit is de reden dat de vogel tot in Nederland en België voorkomt als dwaalgast.
De Vale gier legt in de regel maar één ei per jaar, het ei wordt door beide ouders uitgebroed en het jong blijft tot een half jaar in het nest. Een broedpaar is monogaam en blijft het hele leven bij elkaar.
De Vale gier gebruikt voor het maken van zijn nest o.a. pijnboom-takken.

De Vale gier is een sociale soort; de vogel broedt in kolonies en zoekt voedsel in groepen. De nesten liggen minstens twee meter van elkaar en worden door de ouders fel verdedigd. Het duurt 7 of 8 jaar voordat de jongen volwassen zijn en zelf paren.
In gevangenschap kan de Vale gier een leeftijd bereiken tot 40 jaar.

zaterdag 23 januari 2010

Parque Nacional de Monfragüe, een roofvogelparadijs

Het gebied dat door de Romeinen “Mons Fragorum” werd genoemd, wordt een natuurpark op 4 april 1979 op voordracht van de autonome regering van Extremadura en op 2 maart 2007 verschijnt in het Spaanse staatsblad het besluit, dat het van natuur park zal worden gepromoveerd tot een nationaal park. Het Nationaal Park “Monfragüe” is hiermee één van de 14 nationale parken van Spanje. Het park bevindt zich in de provincie Cáceres, en het is het eerste nationale park van de autonome regio Extremadura. Het natuur park is sinds 1991 een reservaat voor de bescherming van vogels (ZEPA) en vanaf 2003 is het een reservaat voor de biosfeer van de Unesco.
Het park heeft een oppervlakte van 18.396 ha. Met een beschermde zone eromheen van 116.160 ha., 42% hiervan is openbaar terrein en 58% is in privé bezit. Het hoogteverschil gaat van 250 tot 795 meter. Het park ligt in 14 gemeenten te weten; Casas de Millán, Casas de Miravete, Casatejada, Deleitosa, Higuera, Jaraicejo, Malpartida de Plasencia, Mirabel, Romangordo, Saucedilla, Serradilla, Serrejón, Toril en Torrejón el Rubio.
Bij deze rotspartij vind je de Zwarte Ooievaar, Zwarte Wouw en Aasgier

De roofvogels die in het park voorkomen zijn o.a. de Monniksgier, Vale Gier, Aasgier, Spaanse Keizerarend, Oehoe, Steenarend, Havikarend, Grijze Wouw, Zwarte en Rode Wouw, Koningsarend, Slechtvalk, Havik, Sperwer, Bosuil, Dwergarend, Slangenarend en Steenuil. In de dorpen vind je de Kleine Torenvalk en de Kerkuil.
Rotspartij “Salto del Gitano”, bekend van de vele gieren die er op huizen.

Verder zijn er nog  in het park de Zwarte en Witte Ooievaar  en ook in de omliggende bergen en dehesas is er een keur aan vogels te vinden zoals Koolmees, Pimpelmees, Staartmees, Zwartkop, Kleine Zwartkop, Baardgrasmus, Braamsluiper, Rüppells Grasmus, Hop, Bijeneter, Grijze Gors, Vink, Blauwe Ekster, Roodstuitzwaluw, Kuifleeuwerik, Zwarte spreeuw, Moorse Nachtzwaluw, Kwartel, Kaffergierzwaluw, Appelvink, Baardgrasmus, Blauwe Rotslijster, Rode Patrijs, Alpengierzwaluw, Spaanse mus, etc.
Zoogdieren die voorkomen in het park zijn o.a. de Iberische lynx, Europese Das, Otter, Egyptische Mangoest, Edelhert , Steenmarter, Genetkat, Vos en Konijn.
Sinds de oudheid zijn er mensen aanwezig in Monfragüe. De heuvels en bergen gaven genoeg plaatsen waar men bescherming kon zoeken terwijl de overvloedige plantengroei en de aanwezige grote rivieren voldoende voedsel gaven. Een bewijs van de menselijke aanwezigheid kan men vinden in de grot op de helling naar het kasteel, er zijn hier een aantal rotsschilderingen aanwezig. De pre-Romeinse stammen, Iberiërs en Kelten, bouwden hun versterkte forten en nederzettingen op de toppen van de heuvels. Zij maakten gebruik van de natuurlijke hulpbronnen en zij wijzigden weinig aan de omgeving. Bestaande overblijfselen uit deze periode kan men vinden in Miravete en mogelijk ook in Cerro Gimio in het gebied rond het kasteel.
Met de Romeinen kwam de landbouw en de veeteelt aan in de streek. Onder hun overheersing bouwde men defensieve versterkingen op de heuveltoppen en de gewone dorpen kwamen op de vlaktes. In de omgeving van het park bouwden zij hun eerste stadjes: Serradilla, Malpartida de Plasencia, las Corchuelas en nog enkele andere. Het verwijderen van bestaande plantengroei om aanplantingen mogelijk te maken zijn hun belangrijkste veranderingen in het landschap.
De verovering door de Arabieren in de achtste eeuw bracht nauwelijks een verandering aan in de natuurlijke omgeving maar er was een grote historische verandering in het huidige park door de bouw van het kasteel van Monfragüe in 811.
De muren van het kasteel

De Christelijke herovering van het kasteel werd tot stand gebracht door de Portugese verzetsstrijder Giraldo-Simpavor in 1169, maar het zal tot in 1180 duren voor er een definitieve herovering komt door Alfonso VIII. In 1450 liet de bisschop van Plasencia de Brug van de Kardinaal bouwen. Het doel van de brug was de stad te verenigen met Trujillo en Jaraicejo. Kroniekschrijvers zeggen dat de bouw van de brug 30.000 gouden munten heeft gekost, een getal dat gelijk zou zijn aan het aantal gebruikte stenen. De brug was de enige stabiele verbinding tussen Toledo en Alcántara, en daardoor verscheen er een leger van rovers en bandieten uit Puerto de la Serrana. Deze rovers hinderden de voorbijgangers en de reizigers enorm. Om deze verbinding te verdedigen stichtte koning Carlos III in 1784 het dorp Villarreal de San Carlos en men bouwde er een kerk, een parochiehuis, een kazerne voor de militie en enkele huizen van particulieren.
Traditionele hut

In de jaren 1960-70 waren er in Monfragüe twee gebeurtenissen die de omgeving van het huidige park meer veranderden dan alle voorgaande eeuwen samen. De bouw van de stuwdammen van Torrejón y Alcántara, met de verdwijning van alle door de rivier bevloeid gebied. De aanplanting van grote aantallen eucalyptus en dennenbomen op de heuvels en hellingen, die de oorspronkelijke vegetatie lieten verdwijnen.Uiteindelijk werd na vele discussies het gebied een natuurpark en is men momenteel bezig om de oorspronkelijke vegetatie te herstellen.
Dehesas
Plattegrond van het park  Meer foto's op; España - Monfragüe  Meer informatie op; Monfragüe Natuurpark, Extremadura, Spanje
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...