In deze laatste nazomerse weken is het heerlijk om met de macrolens op pad te gaan. Eigenlijk kan je op elke vierkante meter wel iets leuks of interessants ontdekken.
Als je vroeg op pad gaat is een gewone vlieg ineens een stuk aantrekkelijker om te fotograferen.
De dauwdruppels toveren een ordinaire vlieg om in een sprankelend wezentje.
Het lastige van dit soort macrowerk is het vinden van de juiste naam. Zoals die van bovenstaand insect. Het is een rover, want hij zit hier te smikkelen van een klein insectje dat hij met huid en haar aan het oppeuzelen is. Je ziet nog net een vleugeltje uit zijn bek steken. Het blijkt een strontvlieg te zijn.
Ook dit is geen lieverdje maar mooi is hij wel van zo dichtbij. Het is een roofvlieg, een daas denk ik.
En voor een beet (hij kan niet steken want hij heeft geen angel) is iedereen huiverig, dat doet even gemeen pijn. Coby helpt met juiste namen: Het is een roofvlieg, geen daas en hij kan niet bijten. Hij heet Machimus Atricapillis.
Deze bij ziet er veel vreedzamer uit, hij zal niet snel steken, alleen als hij in gevaar is. Coby schrijft: Hij heet Blinde Bij maar het is geen bij, het is een zweefvlieg.
Toch maakt de onschuldige zweefvlieg met zijn gestreepte pyjama gebruik van het imago van de gevaarlijke, stekende bijen- en wespensoorten om zelf veilig te zijn voor allerlei vijanden.
Deze zweefvlieg zat 's morgen te drogen in de opkomende zon en poetste wat dauwdruppels van zijn vleugels en ogen.
Zelfs een langpootmug, nou niet echt het meest gefotografeerde insect door bloggers, kan met wat dauw erop, toch wel de moeite waard zijn. Misschien ooit irritant maar verder ongevaarlijk deze soort.
O jee, dit blog gaat lang worden. Er zijn zo veel verschillende soorten insecten.
Wat te denken van de schorpioenvlieg?
Met het uitseeksel aan zijn achterlijf lijkt het mannetje een beetje op een schorpioen, maar deze vlieg is totaal onschuldig. Hij heeft geen angel en gebruikt dit uitsteeksel alleen maar bij het paren.
Hier poetst hij zijn lange voelsprieten. Hij klemt ze tussen de voorpoten en trekt de sprieten er langzaam tussenuit.
Zijn linker voelspriet trilt nog even na.
In de dierenwereld is de kleur rood vaak een waarschuwing: Pas op, ik ben giftig!
Uit onderzoek blijkt dat deze vuurwantsen door sommige vogels zoals vinken en gorzen wel en door andere vogels zoals staartmeesjes niet gegeten worden.
Ze zitten vaak op de stam van lindebomen en ook op Malva, kaasjeskruid.
Ze kunnen niet vliegen en zijn verder niet gevaarlijk.
Als laatste deze fraaie sprinkhaan. Ongevaarlijk natuurlijk.
Hoewel? In grote aantallen kunnen ze hele akkers leegvreten en een echte plaag vormen.
Dus het is maar hoe je dit bekijkt, vanuit welk oogpunt.
Maar interessant en boeiend is de macro wereld in elk geval.