Afgelopen week hadden we ook twee vrolijke, zonnige dagen, maar over het algemeen zijn we nu toch echt in de sombere dagen van november beland. Neem slechts af en toe mijn fototoestel mee als ik 's morgens met Snarf ga wandelen, en juist wanneer ik deze niet bij me heb, gebeuren er allerlei eigenaardige en mooie dingen in de natuur.
Gisterochtend wilde ik weer eens wat foto's maken, maar het landschap toonde droefgeestiger dan ooit en er gebeurde totaal niets, geen hazen, konijnen, geen reiger, fazanten of roofvogels, maar ook geen mensen en dat vind ik het grote voordeel van onze vroege wandelingen. Snarf was op zijn best, druk in de weer, alsof hij een hele kudde schapen naar huis moest brengen, en ik gaf hem instructies, links, rechts, achter je, en lig. Hij werkte alleen met zijn bal, totdat hij een fles vond toen werd het alleen maar pret, een krakende gooi- en smijtfilm.
Aktie foto's maken kan ik eigenlijk niet, ze zijn altijd bewogen.
Deze foto's zijn op de zelfde plaats genomen als in mijn post "Vroege morgen, border collie tijd" van 27 juli jl.; van de berenklauwen zijn nu slechts skeletten over.
Kardinaalsmuts
O, nee toch, klitten! Een ramp, ze zijn zo moeilijk uit zijn vacht te krijgen.
Bovenstaand boek, "Het jaar van den tuinman" (1932) van Karel Capek is tuinliteratuur van de bovenste plank. Het is echt genieten om er af en toe een stukje in te lezen, hieronder een stukje van wat hij in november voor ons in petto had, en het is natuurlijk nog steeds zo en zal altijd zo blijven:
"Ja, in november moet de aarde omgespit en losgemaakt worden: het optillen van een volle spade geeft U een smakelijk en weldadig gevoel alsof je voedsel met een volle lepel of een volle vork opschept. Goede grond is als goed eten, hij moet niet te vet, niet te zwaar, niet te koud, niet te nat, niet te droog, niet te hard, niet te glibberig, niet te rul zijn; als gegist deeg; hij moet kruimelig zijn, maar mag niet in kluiten breken; onder de spade moet hij kraken, maar niet knarsen; hij mag niet modderig zijn, geen stenen bevatten, geen grote kluiten hebben; maar, als je een volle spade omgooit, moet het aangenaam ruiken en zacht en korrelig neervallen. Dat is smakelijke en eetbare aarde, bebouwd en edel, vochtig en los, doordringbaar, ademend en warm - kortom, goede grond is als een goed mens, en zoals bekend is, bestaat er niets beters op dit tranendal."
Doordat we een groot deel van de dag buiten doorgebracht hebben, is het heerlijk om tegen de avond de houtkachel aan te maken, voor een gezellige, comfortabele warmte. Zo denkt Snarf er ook over.